Jan Porcellisstraat

De Jan Porcellisstraat is een straat tussen de 1e Middellandstraat en de Schermlaan, ten westen van het centrum van de stad.

Jan Porcellisstraat 29b – David en Rebecca van der Staal
Humorist David van der Staal werd geboren in de Zandstraatbuurt en groeide daar ook op. Het was een wijk waar pooiers, prostitutie en penoze de boventoon voerden. Hoe kon het ook anders, de wijk was wereldberoemd onder de zeelui, die toen nog in de stad zelf aanmeerden en hun vertier zochten. Want het was ook de wijk van de vele kroegen en de tingeltangels, de kleine cabaretjes. Het was een buurt vol gevaar en het was een buurt met een onweerstaanbare aantrekkingskracht, vergelijkbaar met de Amsterdamse wallen uit de vorige eeuw. Kenners noemden de Wallen echter het brave zusje van de Zandstraatbuurt. De zeelui liepen vanaf hun aangemeerde schip de Schiedamsedijk en de Coolsingel af en waren vlot op de gewenste bestemming.
Het stadsbestuur had moeite met het karakter van de Zandstraatbuurt. De wijk voldeed dan wel aan de vraag van de bezoekers, maar men vond het geen mooi visitekaartje voor de stad. Dat was een van de redenen waarom het stadsbestuur aan het begin van de twintigste eeuw besloot tot een rigoureuze sanering. Kroegen en bordelen werden gesloten en door stadsvernieuwing moest dit deel van Rotterdam gemoderniseerd worden en meegaan in de vaart der volkeren. Dit probeerde men te bereiken door het afbreken van de vele krotten, en vooral door de bouw van een nieuw groot stadhuis aan de Coolsingel dat het te kleine stadhuis elders in de stad moest vervangen en door de bouw van een modern postkantoor.

Deze twee gebouwen aan de Coolsingel moesten de grandeur van het nieuwe Rotterdam onderstrepen. Vanaf het begin van de vorige eeuw werd de Zandstraatbuurt stukje bij beetje gesloopt. Tien procent van de bewoners van de buurt waren Joden en deze wijk was de belangrijkste Joodse wijk was die Rotterdam ooit heeft gekend. Dat het hier bijzonder was bewijst het feit dat vele grote, vaak Joodse, artiesten zoals Esther de Boer-Van Rijk en Heintje, Hakkie en Louis Davids in deze buurt werden geboren en opgroeiden.
David werd op 27 september 1894 geboren in het grote gezin van Isaac van der Staal (1845) en Elizabeth de Wolf (1860). Er waren negen kinderen en vader had ook nog twee jonge kinderen uit zijn eerdere huwelijk met Mietje Drukker, die in september 1879 op dertigjarige leeftijd was overleden.
Het gezin van David en Elizabeth was muzikaal. Vader was, naast portier, tambour-maître en Davids oudere broer Maurits trad op onder de naam Maupie Staal (Rotterdam, 15 september 1887). David werd zoals Maupie humorist en er was concurrentie tussen de twee broers. Ze traden op dezelfde manier op met sketches, liedjes en conferences. Wat Maupie wel beheerste en David niet, was spelen op een ‘fluitje van drie cent’, een klein mondfluitje waarmee hij beroemd werd. Hoewel Davids carrière voorspoedig verliep, was Maupie het meest gewild was en in zijn conferences het rapst van de tongriem gesneden. Zelfs na de oorlog, in 1953, werd in het Nieuw Israëlietisch Weekblad in het artikel ‘Joden in de Nederlandse kleinkunst‘ nog gemeld dat Maupie de talentvolste van de broers was.
De eerste keer dat een optreden van David in de kranten werd aangekondigd, was in november 1914 op een matinee in Variété Universelle in Den Haag. Maupie was zeker vijf jaar eerder begonnen met spelen. David was bij het eerste optreden nog maar twintig jaar oud en hij werd groots aangekondigd. Zijn carrière kwam van de grond. In de dagbladen zijn vele advertenties terug te vinden, waardoor zijn loopbaan kan worden gevolgd. David reisde door het hele land en was overal te zien. Zo trad hij onder meer in Rotterdam op in Cabaret Métropole op de Coolsingel, maar ook in het concertgebouw in Hengelo en in 1916 in het Grand Gala op het Rembrandtplein in Amsterdam. Bij die laatste gelegenheid werd in de advertentie wel nog even gememoreerd dat David de broer van Maupie was.
David trad vaak op in avondvullende programma’s met andere bekende artiesten. In 1929 had hij een eigen gezelschap dat hem ondersteunde, ‘The Violets’.
Op 23 april 1919 trouwde David met Rebecca de Rooij (Rotterdam, 15 februari 1902), dochter van Sara Groenteman en Joseph de Rooij.  Ook Rebecca groeide op in de Zandstraatbuurt en woonde toen in straten als de Raamstraat, het Rode Zand en de Zandstraat. Een jaar na het huwelijk, op 24 december 1920, kregen David en Rebecca hun zoon Isaac en op 5 juni 1923 volgde dochter Sara.

David en Rebecca bleven tot aan het bombardement in 1940 in de omgeving van deze buurt wonen. Zo woonden ze op de Helmersstraat 17-b, een straat op de plek van het huidige Hilton bij het Hofplein, net aan de overkant van de Coolsingel. Vlak voor de oorlog was deze straat, samen met de erbij gelegen Ammanstraat, de meest joodse straat van Rotterdam. Bijna huis-aan-huis waren de bewoners joods en had deze straat het karakter van een gezellige volksbuurt. Er woonden vooral mensen met een eenvoudig beroep en het grootste bedrijf in de straat was de Rotterdamse Brood- en Banketbakkerij O.R.T. van Lodewijk van Stedum.
Het bombardement van 14 mei 1940 verwoestte het centrum van de stad – waaronder de Helmersstraat en ook het huis van David en Rebecca. Ze vonden een nieuwe woonplek op de Jan Porcellisstraat 29-b, een zijstraat van de Eerste Middellandstraat, net buiten het gebombardeerde deel. Bij de zoektocht naar een nieuw huis ondersteunde de gemeentelijke en de landelijke overheid, maar ook sprongen familieleden bij en vond men soms bij hen onderdak. Zo waaierde de bevolking van het gebombardeerde deel van de stad uit over de gemeente en de omliggende plaatsen. Het gezin Van der Staal had de mazzel dat ze in de omgeving konden blijven wonen.
In de Porcellisstraat woonden voornamelijk arbeiders. De gezelligheid van de Helmersstraat ontbrak. Vooral de jaarlijkse viering van Koninginnedag op 31 augustus, hét feest van het jaar, werd gemist.

Terug naar de carrière van David. In de jaren ’20 en ’30 verliep deze voorspoedig. Hoewel er minder over hem werd geschreven dan over Maupie, was hij populair en werd hij geroemd. In deze periode werd zelfs in het tijdschrift Het Noorden in Woord en Beeld een foto van hem geplaatst waaruit blijkt dat hij ook in Groningen en Drenthe een graag geziene artiest was en dat hij samen met artiesten als Bolletje en Maupie de Vries op 16 mei 1929 in een gekostumeerd voetbalelftal meedeed op het voetbalterrein van voetbalvereniging Forward. Een interview met hem waarin er iets meer over zijn persoonlijke leven werd verteld, ontbreekt.
Davids optredens vonden door het gehele land plaats en de laatste advertentie van voor de oorlog dateert uit 1937. Hij trad in de bekende Wintertuin in Leeuwarden op. Het is niet te achterhalen of David al voor de oorlog stopte met optreden. Tijdens de oorlog zijn in het geheel geen sporen te vinden en ook niet of David op een andere manier aan een inkomen kwam. Joodse artiesten mochten in de loop van de oorlog niet meer optreden, behalve voor een uitsluitend joods publiek.
Het gezin van David overleefde de oorlog niet. Dochter Sara, die kantoorbediende was geworden, werd op 23 september 1942 vermoord in Auschwitz. Zoon Isaac, magazijnbediende, werd een week na Sara vermoord in Auschwitz. Zeven maanden later werden ook David en Rebecca met de negenvijftigste transport uit Westerbork weggevoerd en op 23 april 1943 (hun trouwdag) vermoord in Sobibor. Met de moord op dit gezin begon de herinnering aan de man die zo lang zoveel mensen had vermaakt te vervagen.
De familie Van der Staal, de kinderen en kleinkinderen van Isaac en Elizabeth, werd zwaar getroffen door de oorlog. Verschillende leden van de familie waren al voor de oorlog overleden, velen werden vermoord in Auschwitz of Sobibor. Maupie Staal, broer en collega van David, overleefde de oorlog. Zijn carrière was door gezondheidsproblemen al aan het eind van de jaren ’20 beëindigd en samen met zijn niet-joodse vrouw werd hij de uitbater van een café in Haarlem. In 1928 gingen Maupie en zijn vrouw in Amsterdam wonen, vanaf 1935 op Noorder Amstellaan 40, nu de Churchilllaan. Volgens een interview in 1965 was Maupie wel in Westerbork terechtgekomen, maar werd hij niet verder gedeporteerd.
Maupie is nooit meer teruggegaan naar Rotterdam om er te wonen. De stad van zijn jeugd was voorgoed verdwenen, alles wat restte waren de herinneringen aan zijn familie die er had gewoond en die grotendeels was vermoord – waaronder zijn broer en collega David. Maupie overleed op 25 februari 1978, op negentigjarige leeftijd.

bron:
Rob Snijders, Jan Porcellisstraat 29b in Joodse Huizen 5 (Amsterdam 2019) 64 – 69

Dit is een bewerking van het artikel in Joodse Huizen 5. Het boek is te koop bij de betere boekhandel en te bestellen via de link: