Salomon Frenk

Voor de oorlog
Salomon Frenk kwam uit een Asjkenazisch geslacht dat in de 18e eeuw vanuit Fürth in Duitsland naar Rotterdam kwam. Dat was de betovergrootvader van Salomon, Marcus Mordechai Frenk. Zijn zoon, ook Salomon geheten en grootvader van Marcus, ging naar Zierikzee. Daar werd op 25 mei 1885 Nathan Salomon geboren en in 1906 kwam de familie naar Rotterdam.

Vader Salomon was veehandelaar en had nauwe handelscontacten met slagerij Van Creveld; dé Rotterdamse slager voor pekelvlees. Op 22 januari 1914 leidde dit contact tot een huwelijk tussen Nathan Salomon en Sophia van Creveld (Rotterdam, 9 april 1887 – Rotterdam, 12 maart 1943), de dochter van slager Meijer van Creveld.

Nathan Salomon was een ondernemend man. Vanaf 1920 was hij partner in het scheepsleveranciersbedrijf Reens & Co (Terwenakker 12b) en in 1934 richtte hij een eigen scheepsleveranciersbedrijf op onder de naam N.S. Frenk. In datzelfde jaar volgde de oprichting van Van Creveld & Frenk, een handelsfirma in slachtproducten.

Nathan Salomon en Sophia krijgen op 29 maart 1915 een zoon, Salomon en in 1920 een dochter, Myra. De kinderen werden Joods opgevoed en Salomon deed Bar Mitswah in Lew Jom, de synagoge die was opgericht door Nathan Salomon.
Binnen de opvoeding werd ook veel aandacht besteed aan leren. Salomon deed HBS en liep stage in Frankrijk, Londen en Spanje en in 1936 nam vader Salomon op als firmant in zijn bedrijf, dat daarna N S Frenk & Zoon heette. In 1939 had dit bedrijf haar kantoor op de Leuvehaven 185, bevoorraadde 495 schepen, had vier werknemers in dienst en een jaaromzet van 230.000 gulden.
Nathan Salomon en Sophia woonden in de oorlog op de chique Heemraadsingel op nummer 234. Op dat adres woonden ze in ieder geval al sinds 1929.
Zoon Salomon trouwt in 1938 met Liselotte Kahn, die in Frankfurt am Main geboren werd. Inmiddels wordt de situatie voor Joden steeds nijpender en een tweetal zakenrelaties dringen er bij Salomon en Liselotte op aan dat zij hen volgen naar Chili. Salomon bemachtigt de nodige papieren maar stuit op een weigering van zijn vader om financiële middelen te verstrekken om de emigratie mogelijk te maken. Nathan Salomon dacht dat Nederland, zoals in de 1e Wereldoorlog, haar neutraliteit wel zou behouden.

Tijdens de oorlog
Het bombardement op Rotterdam zorgde er voor dat het kantoor op de Leuvehaven beschadigd werd en de Duitse bezetting zorgde er voor dat de haven van Rotterdam nauwelijks nog gebruikt werd – waardoor er ook geen werk was voor een bedrijf dat schepen bevoorraadt. Daarnaast moeten in oktober 1940 alle Joodse ondernemers hun economische activiteiten registreren en in februari 1943 kwam de firma N.S. Frenk & Zoon onder toezicht te staan van een Verwaltungstreuhändler, waardoor de firma een paar maanden later werd geliquideerd.

De Verwalter die werd toegewezen aan Van Creveld & Frenk onttrok liquide middelen aan het bedrijf wat hem mogelijk maakte het bedrijf te kopen. Uiteindelijk deed dit bedrijf in 1944 ook niets meer toen deze Verwalter werd opgeroepen voor het Duitse leger.

De familie werd intussen op alle fronten financieel uitgekleed. De huizen, op de Breitnerstraat 81b, Heemraadssingel 234 en Mathenesserlaan 12-16 kwamen onder beheer van de ANBO (Algemeen Nederlands Beheer van Onroerende Goederen).

Ondanks al deze gebeurtenissen hield de familie een misplaatst vertrouwen. Ze doken niet onder, ze probeerden niet te vluchten en ze dachten dat een inreisvisum voor Uruguay, dat in hun bezit was, hen zou beschermen wanneer de situatie zou verslechteren.
Bij de Zentralstelle für Jüdische Auswanderung vroegen ze een uitreisvisum aan voor Nathan Salomon, Sophia, Myra, Salomon en Liselotte en in die tijd hadden ze een Sperre en kwamen ze op een uitruillijst te staan.

De situatie werd in 1943 nijpender. Sinds 30 juli 1942 kregen Rotterdamse Joden de oproep om zich te melden bij Loods 24 en werden er Joodse instellingen ontruimd. In februari 1943 werd het Joods Ziekenhuis in Rotterdam ontruimd. Myra werkte hier, maar was toevallig vrij. Sophia lag in dit ziekenhuis en was net aan kanker geopereerd. Ze werd door chirurg De Groot in een goederentrein in Zuid teruggevonden. Ze werd uit de trein gehaald en naar huis gebracht, waar ze op 12 maart 1943 overleed.
In april 1943 werd bekend gemaakt dat alle Joden, behalve die in Amsterdam, zich voor eind april in Vught moesten melden. Salomon en Liselotte probeerden te vluchten, maar deze poging strandde in Weert. Ze keerden terug en de uitruil-stempel bleek nog bescherming te bieden. Dat duurde tot september, toen werd de familie Frenk door Nederlandse politieagenten en een agent van de SD ‘s-nachts thuis opgehaald.
Ze kwamen in Westerbork terecht en op 13 september 1944 werden ze met het laatste transport uit Westerbork naar Bergen-Belsen gedeporteerd. Nathan Salomon overleed daar aan honger en uitputting.
Salomon, Liselotte en Myra werden op 7 april 1945 op een trein gezet naar Theresienstadt. Daar kwamen ze niet aan, ze werden op 8 april 1945 in de buurt van Maagdenburg door het Amerikaanse leger bevrijd.

Na de oorlog
Terug in Rotterdam kreeg Salomon toegang tot zijn huis aan de Breitnerstraat en de Twentse Bank, waar Nathan Salomon rekeningen had, verleende de financiën om de eerste stappen op weg naar herstel mogelijk te maken. In 1946 kregen Salomon en Liselotte een docher, Ruth. In 1947 verhuisden ze naar de Rochussenstraat en in 1948 kregen ze hun tweede dochter, Miriam.
Liselotte overleed in 1962. In 1963 trouwde Salomon met Lilian Stromer.

Om alles weer op poten te krijgen was niet eenvoudig. Van vader Nathan Salomon ontbrak een overlijdensakte, en die moest worden opgesteld door 6 personen die konden verklaren dat hij in Bergen-Belsen was overleden. Pas toen dat geregeld was en in de Burgerlijke Stand was opgenomen dat vader was overleden kon de erfenis worden geregeld. De panden op de Heemraadsingel en Mathenesserlaan kwamen na een rechtsherstelprocedure weer in het bezit van de familie; de tegemoetkoming voor de vernietiging van huisraad en dergelijke was minimaal.

Salomon zette zich actief in voor het herstel van de Joodse gemeenschap in Rotterdam. Zelf zei hij daarover dat dit hem verzocht was door opperrabbijn Davids, voordat hij omkwam in Bergen-Belsen.
Hij ondersteunde de Joodse Jeugdzorg, was bestuurslid van de Nederlands Israëlitische Gemeente, penningmeester van de Vereniging Centraal Tehuis voor Israëlieten in Nederland, en vanaf 1969 tot 1985 voorzitter van de Nederlands Israëlitische Gemeente.
Salomon werkte hard om de bedrijven weer leven in te blazen. Nathan Salomon en Meijer van Creveld hadden de oorlog niet overleefd en Salomon maakte een doorstart met de firma Van Creveld & Frenk en nam ook de slagerij en de bijbehorende rechten over.

Vanaf 1949, toen de Nederlandse regering de distributiemaatregelen op vlees ophief, zorgde hij voor een liberalisering van de vleesmarkt.
In 1954 sloot hij een contract met Albert Heijn voor een experiment waarbij voorverpakt rood vlees aan een Rotterdams filiaal werd geleverd; een doorslaand succes.
Maar al in 1949 was het voor een aantal groothandelaren duidelijk dat zij, wanneer ze de ontwikkelingen op de vleesmarkt wilden volgen, moesten samenwerken en Salomon was een van de oprichters van de Verenigde Vee- en Vleeshandel, de VVH. Salomon was daar verantwoordelijk voor de algehele organisatie en de administratie en bracht de activiteiten van de firma Van Creveld bij de VVH onder.
In 1960 werd door burgemeester Van Walsum het nieuwe gebouw van de VVH aan de Boezemstraat geopend, een gebouw dat 46 meter lang was. Dit gebouw stond op het terrein van het slachthuis en was hypermodern. Met een railsysteem en een lift konden de geslachte dieren naar dit gebouw worden vervoerd om verwerkt te worden.
Maar binnen de firma waren er ernstige meningsverschillen vanaf 1964 en deze verschillen van inzicht verlamden de verdere ontwikkelingen van het bedrijf.
De bedrijfsvoering ging ook niet altijd professioneel en te weinig werd er gebruik gemaakt van scherpe calculaties. Dat leidde in 1978 tot een meningsverschil met de Makro en in 1980 nam de Makro niets meer af bij de VVH. Dat was de nekslag voor de VVH. Er volgden gedwongen ontslagen en het bedrijf ging ten onder.

vancreveldBroodjeszaak
Op het Stadhuisplein opende Salomon met Albert van Creveld een broodjeszaak en vleeswinkel. Vooral de broodjes pekelvlees waren befaamd. In 1961 verhuisde men naar een andere locatie op het Stadhuisplein, waar twee keer zoveel ruimte was; naast de snackbar kwam Van Creveld Steakhouse. De Steakhouse draaide prima, de snackbar minder. De snackbar werd in 1970 gesloten. In 1971 kwam ook de Steakhouse in de rode cijfers en werd overgenomen. Dat was ook het einde van de activiteiten van Salomon in de horeca.

N.S. Frenk & Zoon
Maar Salomon was een ondernemer en niet alleen in de vleessector. Ook het bedrijf Frenk & Zoon bestond nog en aangezien de Rotterdamse haven de prioriteit had om hersteld te worden kwamen schepen al snel na de oorlog weer naar Rotterdam. Deze bedrijven moesten bevoorraad worden. En Salomon deed dat, en richtte bovendien een commissie op de de belangen moest behartigen van de scheepsleveranciers bij de overheid. In 1954 werd dit de Nederlandse Vereniging van Scheepsleveranciers, waar Salomon jaren voorzitter van was.
De gouden jaren tot de oliecrisis van 1973 braken aan en de omzet van N. S. Frenk & Zoon steeg. In 1968 werd een nieuw pand aan de Waalhaven betrokken. Frenk zocht echter steeds naar nieuwe afzetmarkten en richtte in 1974 met Pakhoed Transport en Schrada de organisatie PSF Offshore op, met een kantoor in Aberdeen.
De moeilijke jaren 70 maakten een reorganisatie voor veel scheepsleveranciers nodig. Salomon voerde gesprekken met de British and Commonwealth Shipping Company Ltd over een fusie en geleidelijk werden de aandelen van N S Frenk & Zoon aan dit conglomeraat verkocht, de laatste in 1975. Tot 1976 bleef Salomon directeur. Het conglomeraat zou de naam blijven voeren, maar al in 1977 was N. S. Frenk & Zoon failliet.
Salomon was toen inmiddels 61. Maar hij ging nog door en richtte SamTraCo op, met een kantoor op de Schiedamsevest. Hij bracht er ook de firma D. van Creveld onder. Ook hier was het doel de handel in levensmiddelen, vlees, vleesconserven en technische artikelen. In 1984 trad hij terug als directeur en in 1985 werd SamTraCo geliquideerd.
Al eerder, in 1972, benoemde de koningin Salomon tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau.
Salomon Frenk overleed in 1999.

Aanvulling
De dochters van Salomon gingen hun eigen weg. Ruth werd zangpedagoge en woont in Duitsland, Miriam fokt Spaanse paarden en woont in Spanje. De link in hun namen leidt naar hun websites.

Een herinnering van een lezer:
Met aandacht het verhaal over Salomon Frenk gelezen. Ik heb hem gekend want hij en zijn vrouw en kinderen woonden bij ons om de hoek. Tussen haakjes Salomon werd ‘Boy’ genoemd.  Op 1ste dag Rosh Hashana gaf hij altijd een nieuwjaarsreceptie in de middag bij hem thuis op de Rochussenstraat. Broodjes van Creveld waren je van het. Voor mij waren dat de broodjes halfom (lever en pekelvlees).” – Els Prins 1 maart 2011.

bron:
Rotterdams Jaarboekje 2008 blz 183- 204: Het Ondernemersleven van Salomon Frenk door Peter Tammes;
joodsmonument.nl,
stadsarchief Rotterdam,
heemraadssingel.nl,

laatst bijgewerkt:
9 september 2019