Samuel Blazer

Collectie Joods Museum, Schiedamschedijk in Rotterdam met op de achtergrond de dierenwinkel van Jacob Blazer, circa 1930.

Samuel Blazer werd in Rotterdam geboren op 2 oktober 1903 als zoon van tabakskoopman Carel Blazer (Rotterdam, 19 december 1873) en Elizabeth de Vries (Rotterdam, 24 januari 1877). In het gezin waren acht kinderen en in zijn jeugd woonde Samuel op adressen op het Spuiwater, Aert van Nesstraat en de Helmersstraat 8b. Samuel werd koopman en trouwde op 15 mei 1929 met de Rooms-Katholieke Erna Seck (Maagdenburg, 23 september 1906). Erna en Samuel kregen twee dochters; Marianna Elizabeth (Rotterdam, 5 september 1929) en Selma Antoinette (Rotterdam, – Auschwitz, ). Op 26 januari 1938 trouwde Samuel met Maria Vlasveld. Vanaf maart 1933 woonde het gezin op de Adrianalaan 108 in Schiebroek.

In het gezin waar Samuel opgroeide waren dus acht kinderen. De oudste was Jacob (Johan, Rotterdam, 25 februari 1900 – 1972), gevolgd door Samuel (Rotterdam, 30 december 1900 – Rotterdam, 19 april 1901), Aron (Rotterdam, 16 juni 1902 – Rotterdam, 5 juni 1911), Samuel (Rotterdam, 2 oktober 1903 – Auschwitz, 30 april 1943), Marianna (Rotterdam, – Auschwitz, , Flora (Rotterdam, – Sobibor, ), Anna (Rotterdam, – Auschwitz, ) en Betsy (Rotterdam, 15 januari 1913 – Rotterdam, 25 juli 1916).

Jacob Blazer, mede-eigenaar van Gebr.’s Blazer Dier- en Vogelhandel in Rotterdam, met een boa constrictor om zijn hals, circa 1930. Collectie Joods Historisch Museum F006861, met vriendelijke toestemming d.d. 8 februari 2021.

De oudste broer Jacob was met een andere broer ondernemer. Deze broer was Samuel, die zich Charles liet noemen. Ze waren koopman in dieren, dit volgende de archiefkaart bij het Stadsarchief Rotterdam. De onderneming die gevoerd werd was ‘Gebr.’s Blazer Dier- en Vogelhandel’ en deze zaak was gevestigd op de Schiedamsedijk 9, later op de Oude Binnenweg en waarschijnlijk ook nog een filiaal op de Th. Jacobalaan 3.

Volgens een stuk in Het NRC werd op 13 augustus 1925 door de Rotterdamse gemeenteraad vergaderd en besloten dat het pand op de Schiedamsedijk 9 voor een periode van twee jaar en een bedrag van ƒ 1100,- per jaar verhuurd zou gaan worden aan de firma C. Blazer en Zoon. Dus ook vader Carel was dus bij de onderneming betrokken. In oktober van datzelfde jaar verscheen de eerste advertentie van de onderneming, de verkoop van papegaaien. Vanaf december 1925 wordt de naam Blazer’s Dier- en Vogelhandel in de advertenties gebruikt. De onderneming adverteerde veelvuldig en twee jaar later werd aan de gemeenteraad het voorstel gedaan om de huur van het pand tegen dezelfde condities te continueren.

Telegraaf, 15 januari 1933 – verzending van slangen
(Van onzen correspondent).
ROTTERDAM, 14 jan. — „Wij zijn er natuurlijk vreeselijk van geschrokken, toen wij uit Glasgow het telegram kregen, waarin ons in het kort werd medegedeeld, dat de knecht van den naturalist aldaar door onze mamba was gebeten en bijna het leven had verloren”, aldus sprak een der gebroeders Blazer, toen wij vanmorgen in hun bekende zaak aan den Schiedamschedijk nadere inlichtingen vroegen over het incident met de gevaarlijke slang, dat vooral in Engeland veel stof heeft doen opwaaien. „Hadden wij geweten – aldus vervolgde een der heeren Blazer – dat het beest zo’n gevaarlijke slang was, dan hadden wij hem zeker niet weggestuurd en kort voor de verzending nog niet zoo gemoedelijk beetgepakt. Wij wisten niet anders of het moest een groene boomslang zijn. die wel is waar kon bijten, doch niet gevaarlijk was. Ongeveer een maand geleden kochten wij twee van deze slangen van een schepeling, die ze mede had gebracht uit West-Afrika en die zeker ook niet wist, dat hij te doen had met mamba’s. De dieren waren goed verpakt, zooals trouwens altijd het geval is met slangen, die wij In onze zaak krijgen. Kort nadat de dieren hier waren, hebben wij ze lijdelijk ondergebracht in de Rotterdamsche diergaarde, waar men wel vaker, slangen van ons voorloopig herbergt, omdat de directeur wel weet dat zij spoedig worden verkocht. Steeds meenden wij in dit geval met twee groene boomslangen te doen te hebben. Een der beesten is in de diergaarde gestorven, zoodat wij na korten tijd het overgebleven exemplaar terug kregen.” „Ikzelf, Interrumpeerde Johan Blazer, heb de slang nog uit de kist gehaald om te zien of het dier wel in goede conditie was. De toestand van de slang liet niets te wenschen over, zoodat wij haar goed verpakt hebben verzonden. Zeer waarschijnlijk heeft de knecht van den naturalist, een zekere Ryan. het dier te Glasgow overgepakt, want in Engelsche bladen spreekt men over een glazen flesch, waaruit hij de slang te Voorschijn haalde, toen hij werd geheten. Wij verzonden de slang in een kistje zooals dit’ en bij deze woorden toonde een der heeren Blazer ons een goed gesloten slangenkist die geen enkel gevaar voor omstanders kan opleveren. Wij gaan dagelijks met alle dieren om maar gingen daarbij natuurlijk steeds voorzichtig te werk. Hier heeft u b.v. een boa constrictor, een dier dat wel bijten kan doch niet giftig is.” Johan Blazer loopt op een der kistjes, die in den winkel staan, toe, doet een klein deurtje open en grijpt den boa, een beest van ongeveer anderhalven meter lengte, precies achter den kop. De vrager voelt zich hier niet erg safe, maar Johan Blazer lacht en speelt met het dier, dat venijnig zijn tong snel in en uit trekt en dan bijt ln een stuk bordpapier, dat hem wordt voorgehouden. „Absoluut ongevaarlijk”, beweert de heer Blazer, terwij! hij den boa stevig in den nek vasthoudt. Wij willen het graag gelooven, maar ademen toch ruimer als de boa weer rustig In het kistje ligt opgeborgen. „Hier, nog een” zegt de andere heer Blazer, „die is wel gevaarlijk. Dat is de bitus carbonica, een gevaarlijk sinjeur, dien wij zoo zeker niet zouden beetpakken. De bitus ligt achter in het donkere kistje te wachten op zijn reis naar den Berlijnschen dierentuin. „Wij houden het beest zoo lang hier totdat het weer wat warmer is en dan gaat ook hij weg”. Onmiddellijk nadat wij gisteren het telegram uit Glasgow kregen, waarin ons het gebeurde werd medegedeeld, hebben wij getelegrafeerd dat wij het ongeval ten zeerste betreuren en den employé het allerbeste toewenschen. Direct daarna hebben wij ook den betreffenden naturalist een schrijven gezonden, waarin wij nog eens duidelijk uiteen hebben gezet, dat wij niet beter wisten dan dat het een groene boomslang was. Wij hadden nog nooit – zoo besloot de heer Blazer – een mamba gezien. Nu zullen wij zoo’n dier zeker niet meer vergeten”

De eerste keer dat de toevoeging ‘gebroeders’ in de advertenties voorkwam was in juni 1930. Dat de zaak in deze tijd meer verkocht dan alleen papegaaien, honden en katten bewijst de bovenstaande foto uit 1930, waarop Jacob Blazer met een Boa Constrictor om zijn nek is afgebeeld. Dat het vervoer en verhandelen van dieren niet altijd goed verliep laat een stuk in De Telegraaf van 15 januari 1933 zien – een handelaar in Glasgow bleek door een giftige slang gebeten. In Groot-Brittannië haalde dit bericht uitgebreid het nieuws en ook in Nederland.

Rond 1938 stoppen de advertenties van de zaak op de Schiedamsedijk 9. In augustus 1938 verschijnen er advertenties van Blazer’s Dierenpaleis op de Oude Binnenweg 113, op dat moment ook het woonadres van Jacob. Daar blijft het bedrijf zitten tot een week voor het bombardement van 14 mei 1940. Op woensdag 8 mei 1940 wordt het bedrijf verplaatst naar de Kruiskade 97. De zaak ging verloren tijdens het bombardement.

Na de oorlog heropende Jacob het bedrijf, nu op de G. J. Mulderstraat 33. Jacob was gemengd gehuwd met Louisa van Dijk (Rotterdam, 27 oktober 1906) en zij hadden twee dochters; Elizabeth Louisa (1929) en Louisa (1936). Voor zover na te gaan overleefden zij allen de oorlog.

Ook Samuel was gemengd gehuwd op 26 januari 1938 met de Nederlands-hervormde Maria Vlasveld (Rotterdam, 12 september 1912) en daarvoor met de Rooms-katholieke Erna Seck, met wie hij twee dochters had. Het is een misvatting dat een gemengd huwelijk kon zorgen voor het overleven van de oorlog. De kans was iets groter, maar niet meer dan dat.
Samuel, die tijdens de oorlog op de Insulindestraat 271 in Rotterdam woonde, werd op 16 december 1942 ingeschreven in Westerbork. Hij kwam toen uit de strafgevangenis in Scheveningen. Dat zijn vrouw ‘arisch’ was is aangegeven op de kaart van de Joodse Raad en hij zat in Westerbork met zijn dochter Selma – op de kaart Selina genoemd. Waarom Samuel in Scheveningen terecht was gekomen is niet geheel duidelijk, waarschijnlijk zat Samuel in het verzet bij de Nederlandsche Volksmilitie. Wel is aangetekend dat er besloten wordt dat Samuel zonder ‘S’ (strafgeval) op transport gaat. Op 11 januari 1943 ging hij op transport en werd na aankomst op 14 januari 1943 geselecteerd voor werk.
Op 30 april 1943 wordt Samuel in Auschwitz vermoord. Dochter Selma gaat later op transport, op 22 januari 1943 en wordt bij aankomst op 25 januari 1943 in Auschwitz vermoord.

De Rotterdamse Blazers waren gelieerd aan de Amsterdamse, een familie waarin veel muzikanten voorkwamen.

 

bron:
Stadsarchief Rotterdam, Carel Blazer, 494-03 Archief van de Gemeentesecretarie Rotterdam, afdeling Bevolking: bevolkingsboekhouding van Rotterdam en geannexeerde gemeenten, inventarisnummer 851-037, pagina 39853
www.joodsmonument.nl, lemmata Samuel Blazer (geraadpleegd 31 januari 2020 en 7 februari 2021)
“Gemeenteraad van Rotterdam.”. “Nieuwe Rotterdamsche Courant”. Rotterdam, 1925/08/14 00:00:00, p. 5. Geraadpleegd op Delpher op 08-02-2021, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010027967:mpeg21:p005
“Advertentie papegaaien”. “Rotterdamsch nieuwsblad”. Rotterdam, 1925/10/17 00:00:00, p. 4. Geraadpleegd op Delpher op 08-02-2021, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010495603:mpeg21:p008
“Advertentie Blazer’s Dier en Vogelhandel”. “De Maasbode”. Rotterdam, 1925/12/13 00:00:00, Geraadpleegd op Delpher op 08-02-2021, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB04:000193907:mpeg21:p008
“Gemeenteraad van Rotterdam.”. “Nieuwe Rotterdamsche Courant”. Rotterdam, 1926/10/24 00:00:00, p. 10. Geraadpleegd op Delpher op 08-02-2021, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010028702:mpeg21:p010
“BRAZILIAANSCHE LOGE’TJES (gebroeders).”. “Rotterdamsch nieuwsblad”. Rotterdam, 1930/06/11 00:00:00, p. 1. Geraadpleegd op Delpher op 08-02-2021, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011002105:mpeg21:p021
“VERZENDING VAN SLANGEN. Het ongeluk met den knecht te Glasgow. MAMBAS VOOR BOOMSLANG GEHOUDEN.”. “De Telegraaf”. Amsterdam, 1933/01/15 00:00:00, p. 4. Geraadpleegd op Delpher op 08-02-2021, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:110570856:mpeg21:p006
“Advertentie naar Kruiskade”. “Rotterdamsch nieuwsblad”. Rotterdam, 1940/05/07 00:00:00, p. 4. Geraadpleegd op Delpher op 08-02-2021, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011002377:mpeg21:p020
Stadsarchief Rotterdam, Jacob Blazer, 494-03 Archief van de Gemeentesecretarie Rotterdam, afdeling Bevolking: bevolkingsboekhouding van Rotterdam en geannexeerde gemeenten, inventarisnummer 851-037, pagina 39888
Stadsarchief Rotterdam, Samuel Blazer, 494-03 Archief van de Gemeentesecretarie Rotterdam, afdeling Bevolking: bevolkingsboekhouding van Rotterdam en geannexeerde gemeenten, inventarisnummer1345, pagina 532
Kaart Joodse Raad Samuel Blazer via Arolsen Archives, 130460493
Kaart Joodse Raad Selma Blazer via Arolsen Archives, 1304260494

illustratie:
Jacob Blazer, mede-eigenaar van Gebr.’s Blazer Dier- en Vogelhandel in Rotterdam, met een boa constrictor om zijn hals, circa 1930. Collectie Joods Historisch Museum F006861, met vriendelijke toestemming d.d. 8 februari 2021.
“Advertentie papegaaien”. “Rotterdamsch nieuwsblad”. Rotterdam, 1925/10/17 00:00:00, p. 4. Geraadpleegd op Delpher op 08-02-2021, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010495603:mpeg21:p008.
“Advertentie naar Kruiskade”. “Rotterdamsch nieuwsblad”. Rotterdam, 1940/05/07 00:00:00, p. 4. Geraadpleegd op Delpher op 08-02-2021, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011002377:mpeg21:p020.
Collectie Joods Museum, Schiedamschedijk in Rotterdam met op de achtergrond de dierenwinkel van Jacob Blazer, circa 1930.

gepubliceerd:
31 januari 2021

laatst bijgewerkt:
3 juli 2024