Abraham Icek Tuschinski

Nieuw Israëlietisch Weekblad, 10 september 1920
Portret van Abraham Tuschinski, filmmagnaat en directeur van het Tuschinski Concern. Collectie Stadsarchief Rotterdam 4031_P-020693

Abraham Icek Tuschinski werd op 14 mei 1886 in Brzeziny (Brzezin) bij Lodz in Polen geboren. Hij trouwde met Mariem Estera Ehrlich (Zdunska Wola, ) en besloot al voor zijn twintigste om naar Amerika te vertrekken. De reden hiervoor kan gezocht worden in de pogroms en het wijd verbreide antisemitisme in Oost-Europa, ook wordt wel genoemd dat Abraham in dienst moest en dit op deze wijze trachtte te ontlopen.
In 1904 komt hij in Rotterdam aan en hij besluit om in de Maasstad te blijven. Hij werkte als vestenmaker bij de firma Kattenburg, was een zeer goed kleermaker en kreeg regelmatig extra klussen waardoor hij het financieel beter kreeg.
In 1905 laat hij zijn vrouw Mariem (Manja) naar Rotterdam komen. Later sticht hij, samen met zijn vrouw, in de Nadorststraat een pension waar voornamelijk Oost-Europese Joden (op doorreis naar de Verenigde Staten) verblijven. Dit doet hij omdat hij de Oost Europeanen beter wil opvangen dan in de slechte landverhuizerpensionnetjes die her en der in de stad te vinden waren. Dit pension, Polski, wordt een succes.
In 1906 wordt zijn zoon Willy geboren en twee jaar later de tweeling Nathan en Meijer. Meijer overlijdt al binnen een jaar – op 29 april 1909. Het noodlot slaat opnieuw toe als ook Nathan overlijdt, op 28 maart 1911.

De eerste bioscoop

Tuschinski begint in Rotterdam in 1911 zijn eerste bioscoop, Thalia. Deze bioscoop is gevestigd in een zeemanskerkje op de Coolvest. Het kerkje stond al op de nominatie om gesloopt te worden, maar bood Tuschinki de mogelijkheid om deze onderneming uit te proberen. Na de sloop verhuist Tuschinski zijn bioscoop naar de Hoogstraat in Rotterdam.
In een periode van 13 jaar opent hij vier bioscopen in Rotterdam, Thalia, Scala, Olympia en Cinema Royal.
In 1918 koopt Tuschinski, samen met zijn zwagers Gerschtanowitz en Ehrlich, een stuk grond aan de Reguliersbreestraat in Amsterdam. Dit stuk grond bestaat uit vele steegjes en de mensen die wonen leven in grote armoede. Het gebied staat bekend als ‘de Duvelshoek’. Abraham wil hier een bioscoop van wereldfaam bouwen. Er worden alleen de beste materialen en ontwerpers gebruikt bij de bouw en op 28 oktober 1921 opent bioscoop Tuschinski in Amsterdam haar deuren.

Deze bioscoop is gebouwd in een mengeling van Art Deco, Jugendstil en de Amsterdamse School. Lees hier de toespraak van Abraham Tuschinski ter gelegenheid van de opening.

In 1923 wordt in Rotterdam zijn mooiste bioscoop geopend, het Grand Theatre, en in 1928 opent hij aan de Kalverstraat in Amsterdam het Roxy Theater. Van de bioscopen in Rotterdam blijft er geen over na het bombardement van 14 mei 1940.
Tijdens de bezetting wordt zijn bioscoop aan de Reguliersbreestraat gevorderd door de Duitsers, die er geen Joodse naam op willen hebben. De bioscoop wordt dan Tivoli genoemd, wat volgens de Amsterdammers betekent Tuschinski Is Verkocht Of Liever Ingepikt. De naam Tivoli werd ingesteld na 31 augustus 1940, de verjaardag van Koningin Wilhelmina. Op die dag wapperden uit de bovenramen van het theater de Britse en Nederlandse vlaggen, wat natuurlijk tijdens de bezetting niet toegestaan was.

Tuschinski was in staat om te vluchten naar Engeland, maar dit weigert hij. “Hij is in dit land in goede tijden groot geworden, hij wil in slechte tijden geen deserteur zijn”, zegt hij.
tuschinskiwillyAbraham Tuschinski wordt op 1 juli 1942 gearresteerd omdat hij zijn niet-Joodse buurman blijft bezoeken en komt via Westerbork aan in Auschwitz waar hij op 17 september 1942 vermoord wordt.

Van de gehele familie Tuschinski en de familie van zijn zwagers Ehrlich en Gerschtanowitz overleven slechts drie personen de oorlog. De grafsteen van zijn zoon Willy op de Joodse begraafplaats aan het Toepad is de enige tastbare herinnering aan Abraham Tuschinki in Rotterdam. Willy werd als Wolf Tuschinski geboren op 4 mei 1906 in Rotterdam, hij overleed op 6 augustus 1939 aan keelkanker.

Het theater in Amsterdam krijgt na de oorlog de echte naam weer terug en komt in handen van verschillende concerns. Momenteel is het in Franse handen (Pathé). In 2002 is dit theater ingrijpend gerestaureerd waardoor het weer de allure heeft van 1921.

Herinnering
De herinnering van A. de Haas aan Tuschinski staat hier.

Aanvulling
Ter gelegenheid van de bar mitswah van zijn zoon schonk Abraham Tuschinski de Nederlands Israëlitische Gemeente in Rotterdam een paar zilveren siertoren, een Thoraschild en een zilveren Jad. Uit het krantenartikel uit 1919 blijkt dat Abraham bij de kille in Rotterdam betrokken was. Op 25 juni 1918 lieten Abraham Tuschinski en zijn vrouw Manja Ehrlich zich inschrijven bij de synagoge voor de Oost-Europese Joden, Agoedat Achiem. Hermann Gerschtanowitz was daar lange tijd voorzitter.

 

Bron:
J.M.H.J. Hemels, ‘Tuschinski, Abram Icek (1886-1942)’, in Biografisch Woordenboek van Nederland.
“Advertentie”. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 10-09-1920. Geraadpleegd op Delpher op 26-12-2017, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010859800:mpeg21:a0115
“BINNENLAND gift Tuschinski.”. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 16-05-1919. Geraadpleegd op Delpher op 02-03-2018, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010859731:mpeg21:a0061
Joop Visser e.a., Nederlandse Ondernemers 1850 – 1950, deel Rotterdam (Zutphen 2013) 355

illustraties:
“BINNENLAND gift Tuschinski.”. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 16-05-1919. Geraadpleegd op Delpher op 02-03-2018, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010859731:mpeg21:a0061
Portret van Abraham Tuschinski, filmmagnaat en directeur van het Tuschinski Concern. Collectie Stadsarchief Rotterdam 4031_P-020693

laatst bijgewerkt:
14 november 2020