Hoogstraat

Gezicht op de St Laurens vanaf de Hoogstraat 1939

Vanaf het Oostplein loopt de Hoogstraat in een rechte lijn naar de Coolsingel over de dam in de Rotte die Rotterdam haar naam heeft gegeven. Het is een deel van de oude zeewering die van Vlaardingen tot Gouda loopt.
De Hoogstraat is van oorsprong een dijk, vandaar dat men in Rotterdam spreekt van “op de Hoogstraat”. Ongeveer op de plek waar de huidige Hoogstraat het spoor (ondergronds) kruist (Binnenrotte) is de plaats waar rond 1260 de dam in de Rotte gelegd werd.
Altijd, ook voor het bombardement, is de Hoogstraat een vrij smalle winkelstraat geweest. Tot 1920 stond aan de Hoogstraat het stadhuis, in dat jaar werd het toen nieuwe gebouw aan de Coolsingel betrokken.
Op de Hoogstraat waren ook een aantal Joodse winkels gevestigd, waaronder een filiaal van Kattenburg & Co. Bij Kattenburg was textiel te koop, bekend werden ze door de Falcon regenjassen, een begrip in Nederland. Een van de fabrieken van Kattenburg stond in Amsterdam Noord en meer hierover via deze link.

1930

Hoogstraat 12a – boekhandel Mozes Stad
Mozes Stad heeft hier een boekhandel en leesbibliotheek in 1939. Hij is gehuwd met de niet-Joodse Dirkje en ze hebben een dochter Anthonia. Bij het bombardement van 14 mei 1940 gaat de zaak verloren. De zaak wordt voortgezet in Zaandam. Mozes komt in Westerbork terecht, werd er ziek en overleed op 31 juli 1944.

Hoogstraat 21 – De Grote Slok
D. Izaäks was rond 1935 de eigenaar van Tapperij en Slijterij “De Grote Slok” op de Hoogstraat 21 bij de Zanddwarsstraat. Het was een bekend café in die jaren.

Hoogstraat 39-89 – Joods Tehuis
Aan het begin van de Hoogstraat stond een ziekenhuis. Sinds het einde van de negentiende eeuw werd dit gebouw gebruikt voor maatschappelijke nuttige zaken als kosteloze lessen handenarbeid of het uitdelen van koffie en brood aan de armen. In de jaren dertig was in het reusachtige complex onder meer de gemeentelijke dienst voor maatschappelijk hulpbetoon gevestigd – de sociale dienst van toen.
In april 1939 wordt het een tehuis voor Joodse vluchtelingen, vooral voor alleenstaande kinderen. Er zaten tientallen Duitse kinderen en een enkele volwassene. De meeste vluchtelingen blijken zes jaar later slachtoffer te zijn van de nazi’s. Op 17 april 1940, net voor het bombardement, wordt het pand ontruimd en de kinderen worden over verschillende locaties verdeeld.
Het was geen prettig verblijf. Erna Rechnitz schrijft achteraf in haar levensgeschiedenis dat ze hier met honderd kinderen werd ondergebracht: ,,Het tehuis staat in de slechtste buurt van Rotterdam, niet ver van de haven. Het was het stadhuis geweest [hier vergist ze zich, het oude raadhuis lag verderop in de straat] and er waren allemaal grote, lelijke kamers. Als speelruimte bijvoorbeeld hadden we een enorme hal, net als van een postkantoor, met loketten en al. Dat was dus niet erg plezierig. ….. Eerst mochten we het huis niet uit en we hoorden de hele dag gevloek. We waren erg ongelukkig.”

Hoogstraat 102 – Louis Dobbelman
Louis Dobbelman had op dit adres zijn reclamebureau. Louis adverteerde veelvuldig in het Nieuw Israëlietisch Weekblad.

Hoogstraat 107 – Megon Hatsedek
Tot 1866 was op dit adres het Joods ziekenhuis Megon Hatsedek gevestigd.

Hoogstraat 115 – Lampenkappenmagazijn
Op dit adres was een lampenkappenmagazijn gevestigd, gedreven door de heer Cohen.

Archiefkaart archief Rode Kruis (tot 2018, daarna Nationaal Archief, Nathan Aandagt

Hoogstraat 115 – N. Aandagt & Zn.
Hier was eind jaren dertig de snuisterijwinkel van de echtgenote van Nathan Aandagt (Rotterdam, 25 maart 1879) op de begane grond van dit pand; winkelierster Sophia Aandagt-van Goch (Rotterdam, 13 januari 1878 – Auschwitz, 26 oktober 1942) en haar gezin wonen op de Oostzeedijk 284a.
Nathan is de eigenaar, maar die bemoeit zich vooral met zijn groothandel in email aan de Goudsesingel en de winkel op de Haagscheveer. De zestigjarige Sophie (Fietje) runt met zoons Levie (Rotterdam, 27 juni 1902 – Dordrecht, 24 december 1941), Isaac (Rotterdam, 17 mei 1904) en Hartog (Rotterdam, 25 september 1911 – Auschwitz, 1 september 1942) en dochters Sophia (Rotterdam, 6 april 1906) en Julie (Rotterdam, 3 maart 1909 – Auschwitz, 28 januari 1944) de zaak aan de Hoogstraat.
Als de veertienjarige Beppie van Yperen (Elisabeth Oudenaarden – Van Yperen) in 1938 aantreedt als leerling-verkoopster maakt de winkel maar een armoedige indruk op haar: ‘overal serviesgoed, potten en pannen, speelgoed en lappen stof, waarmee ‘Mevrouw’ elke dinsdag op de markt op de Goudsesingel staat. De winkel wordt op die dagen gerund door juffrouw Fietje, de dochter van Nathan en Sophie‘. Beppie vertelde dat ze ƒ 2,50 per uur verdiende en verder dat de zaak op zaterdag tot tien uur ’s avonds geopend bleef, maar dat zij als jong meisje niet tot sluitingstijd hoefde te blijven. Wél moest ze die dag steevast slagroomgebak halen bij banketbakker Brummelkamp op Hoogstraat 194. Daarmee vierde de familie Aandagt de sabbat.
Begin 1942 wordt de hele familie Aandagt – met uitzondering van de al eerder overleden Isaac en Levie – opgepakt en gedeporteerd naar concentratiekamp Auschwitz. Ze komen er in de loop van dat jaar allemaal om het leven.

Transportkaart
Op de Transportkaart die tot 2018 in het archief van het Rode Kruis lag wordt in de oorlog in rode potloodletters geschreven: ‘Trspt 23 10 42’. Dat is gedaan door een medewerker van de Joodse Raad, die de administratie van kamp Westerbork beheert. Op de kaart de naam van Aandagt, zijn geboortedatum (25 maart 1879), zijn woonadres in Rotterdam (Oostzeedijk 284a) en de datum waarop hij in het doorgangskamp in Drenthe is ingeschreven (15 oktober 1942). Dan in de rode letters de datum dat hij op transport werd gesteld: 23 oktober (1942). Drie dagen later, op 26 oktober 1942, arriveert Nathan in Auschwitz, waar hij direct wordt vermoord – dat staat weer op een ander dossierkaartje. De hele vernietiging van Nathan Aandagt is in acht dagen geschied en vastgelegd.

Hoogstraat 136-140 – City Theater
Op dit adres was het City-theater gevestigd. Nathan Koekoek was hier filmoperateur.

Hoogstraat 144 – Café Concert Terminus
Joseph van der Ster had op dit adres zijn café.

Hoogstraat 144 – kledingzaak Sprecher
In 1953 openden op dit adres Jetty Sprecher – Kattenburg en Jozef Sprecher hun kledingzaak in de opnieuw opgebouwde Hoogstraat.

Hoogstraat 151 – Tabakshandel Weinthal
Op dit nummer was een filiaal van tabakshandel Weinthal gevestigd.

Hoogstraat 160 – Asta Theater
Hier zat tot het bombardement van 14 mei 1940 het Asta-theater.

Hoogstraat 163 – De Twee Witte Zwanen
Op dit adres was in 1936 het secretariaat gevestigd van de Joodse organisatie Jeshang Chouliem. Het was een organisatie die extraatjes regelden voor zieken, zo meldde het NIW van 16 oktober 1936 dat, vanwege Rosj Hasjana (Joods Nieuwjaar) en Simcha Torah (Vreugde der Wet) patiënten, onder meer in het Israëlitisch Ziekenhuis, honing en een zoete appel kregen (dit is een traditie voor Rosj Hasjana). De penningmeester van deze organisatie was mevr De Vries – Cohen, zij woonde op de Essenburgsingel 2.
De winkel die op dit adres gevestigd was, was de meubelzaak “De Twee Witte Zwanen” van J. Manheim Rzn. De zaak was gespecialiseerd in kinderledikanten.
Joseph Manheim (Amsterdam, 2 februari 1878 – Auschwitz, 15 oktober 1942) woonde met zijn vrouw Debora Margaretha Manheim-Manheim (Alkmaar, 21 maart 1879 – 15 oktober 1942) en hun twee zoons Rudolf (Rotterdam, 26 juli 1910 – onbekend, 30 oktober 1942) en Hartog (5 juni 1914) op 163b. Ook de zuster van Joseph, Jeannette (Amsterdam, 13 oktober 1873 – Auschwitz, 7 september 1942) was hier ingeschreven. Joseph trok in 1903 naar de Maasstad toe. Na het bombardement verhuisde het gezin naar de Nolensstraat 8b.

1930

Hoogstraat 175 – de Ooievaar
Babyzaak “De Ooievaar” had in 1930 op dit adres een zaak.

Hoogstraat 184a – pension Van Straten
In 1925 was op dit adres restaurant-pension Van Straten gevestigd. Het pension adverteerde in het Nieuw Israëlietisch Weekblad en profileerde zich als een koosjer pension. Het pension was aangesloten bij R E O R.

Hoogstraat 187a – logement
In dit logement verbleef Izak Cohen de Heer langdurig. Izak was koopman van beroep. Na het bombardement verhuisde het logement op 11 juni 1940 naar de Beatrijsstraat. Izak (Rotterdam, 25 mei 1881) werd op 15 oktober 1942 in Auschwitz vermoord.

Hoogstraat 200 – meubelmaker Salomon Speelman
Van zeker 1900 tot 1927 was hier de meubelmakerij/stoffeerderij van Salomon Speelman (Zaandam, 2 april 1861) gevestigd. Meer over Salomon Speelman.

Hoogstraat 216 – familie Blazer
Dit was tot het bombardement het woonhuis van de familie Blazer. Vader Isaac Carel Blazer is 35 jaar jong op 14 mei 1940 en hij woont er met zijn drie jaar jongere vrouw Rosa en hun kinderen Andries Isaac (1929) en Esther Clara (1931). Ze wonen sinds juli 1937 op de Hoogstraat. Esther Clara werd bekend als Ellen Blazer.

Hoogstraat 218 – Glaser’s bedrijfskleding
Hier was de zaak van Eli Glaser gevestigd.

Hoogstraat 219b – Au Bon Marché
De dames- en herenmodezaken van Au Bon Marché hadden op de Hoogstraat 219b een filiaal. Rond 1875 was deze keten gesticht door A. de Vries. De onderneming begon met de verkoop van handschoenen, maar dit werd al snel uitgebreid. De goede kwaliteit en de lage prijs stonden voorop en de winkels werden een succes met in 1925 18 filialen, 6 in Amsterdam, 5 in Den Haag, 2 in Utrecht, 1 in Baarn en 4 in Rotterdam. In Rotterdam zaten de filialen op de Hoogstraat 219, in de Passage 1 – 8, op de Korte Hoogstraat 17 en op de Jonker Fransstraat 118b.

Hoogstraat 223 – Klokken en Horloges Overstrijd
Alfred Andre Overstrijd voerde hier de horlogewinkel die zijn vader aan het einde van de 19e eeuw had geopend. Na het bombardement zet hij de zaak voort aan de Nieuwe Binnenweg. Alfred (Rotterdam, 22 juli 1887) werd vermoord in Auschwitz op 21 januari 1943. Alfred huwde op 3 juli 1919 met Louise Petronella Nije. Op 12 november 1930 trouwde hij met Irina Emilie Louise Kreitz.

Hoogstraat 237 – Bulterman & Cohen
Bulterman en Cohen was een apotheek op nummer 237. De enige keer dat deze zaak publicaties terug te vinden is is in het Rotterdamsch Nieuwsblad van 17 september 1901 toen de hondenbijtwond bij een 15-jarige jarige jongen hier werd uitgebrand. Deze apotheek zat er in de dertiger jaren nog. De vestiging was op de hoek met de Stadhuissteeg en het was de oudste apotheek van Rotterdam. In het adresboek van 1925 laat deze apotheek zich ook vermelden als een “Homoeopathische en Allopatische Apotheek”.
De Cohen die deze zaak mede voerde was Isaac Samuel Cohen (Rotterdam, 22 september 1872). Hij was gehuwd met Johanna Henriëtte van Meekren (Groningen, 26 mei 1875 – Rotterdam, 29 januari 1934). Zijn dochter Bertha Rosa Cohen (21 december 1912) verhuisde aan het einde van 1937 naar Palestina en ging in de kibboets Nata’im wonen. Verder hadden Johanna en Samuel nog een zoon Samuel Isidoor (Rotterdam, 14 februari 1907 – Sobibor, 23 juli 1943) en een dochter Henriëtta johanna (Rotterdam, 3 oktober 1910). Samuel werd eveneens apotheker. Na het bombardement verhuisde de apotheek naar de Benthuizerstraat 13 en veranderde bij de heropening de naam; Bulterman en De Groot.

Hoogstraat 243 – Cohen Stoffen
Hier was een van de vestigingen van de stoffenzaak van Levie en Kaatje Cohen gevestigd.

Hoogstraat 250 – Bont Herman Druyf
Op dit adres was in 1921 de bontzaak van Herman Druyf gevestigd. In 1914 werd het bedrijf geleid door Alex Druijf en was op Hoogstraat 244 en 248 gevestigd. Deze zaak verkocht ook dameshoeden. Ook op nummer 294 en 296 was een filiaal gevestigd.

Hoogstraat 257 – Simon Weijl
Simon Weijl had zijn banketbakkerij op Hoogstraat 257.

Hoogstraat 265b – Meijer Jakob Walg
M. J. Walg was fotograaf en woonde op 265b. Hij werd doorgaans Jacob genoemd.
Jacob werd geboren in Leerdam op 26 december 1884. Hij trouwde op 28 november 1906 met Betje Blom (Leiden, 7 jan 1883) en op 23 augustus 1907 kregen ze hun dochter Jetta Mariana. Hun zoon Louis Abraham werd geboren op 14 augustus 1908 en op 20 maart 1915 werd hun dochter Mariana Jetta geboren.
Betje overleed op 29 december 1933. Een jaar later hertrouwde Jacob met Johanna ter Wiel. Johanna was 20 jaar jonger – Jacob was door dit huwelijk gemengd gehuwd en overleefde de oorlog. In 1946 was hij een van de mensen die de NFPV (Nederlandse Fotografen Patroons Vereniging) nieuw leven inblies.
Dochter Marianna Jetta, die gehuwd was met Jacob Soesman, werd op 30 september 1942 in Auschwitz vermoord. Louis Abraham werd op 31 maart 1944 in Auschwitz vermoord. Over dochter Jetta Mariana ontbreken nadere gegevens.

Hoogstraat 272 – kledingmagazijn “De Stad Berlin”
In 1913 was op dit adres De Stad Berlin, een kledingmagazijn, gevestigd. Deze zaak werd gedreven door firma S Rozenberg & Co, Salomon Rozenberg was daarvan een van de compagnons.

Hoogstraat 279 – coupeur L. Schulster
Waarschijnlijk was dit Chaim Lewie Schulster (Brobrka, Polen, 20 augustus 1899). Hij was gehuwd met Betje Katan (Rotterdam, 31 oktober 1906) en zij hadden een dochter Johanna (Rotterdam, 26 maart 1929). Wanneer dit klopt woonde het gezin later op de Statenlaan 28 en vanaf 1933 op de Goudschesingel 205a. Chaim was volgens de gezinskaart koopman in herenkleding.

Hoogstraat 285 – Juwelier Delmonte
Dit was het gezin van goudsmid Jules Christiaan Victor Delmonte (Amsterdam, 14 augustus 1898) en zijn vrouw Christine Marie Schweitzer (Wenen, 16 februari 1899). Ze woonden er met hun kinderen Marie Christina Victor (Amsterdam, 17 maart 1923) en Jack Christiaan Victor (Amsterdam, 17 december 1925). Voor ze zich hier vestigden – in 1935 – woonden ze in Antwerpen. Daar gingen ze ook weer wonen in 1939. Hoewel ze zich mede op een Joods publiek richtten was het gezin katholiek.

Hoogstraat 289 – Dameshoedenzaak Marlène
In 1940 was hier dameshoedenzaak Marlène gevestigd, van James Israël en Johanna Catharina Elisabeth Beijersdorff. James Israël werd geboren in Berlijn op 14 april 1909. Hij kwam in 1934 naar Nederland toe. Hij woonde in eerste instantie op de Westzeedijk 108, daar woonde hij in net zoals op zijn tweede adres, vanaf april 1934 de Westersingel 70. In december 1935 kwam hij op de Hoogstraat 289 terecht waar zijn zijn zaak begon. Johanna Catharina werd eveneens in Berlijn geboren op 1 februari 1900. Zij was gehuwd met een heer Thäns en woonde met James op een adres in Schiebroek.

Hoogstraat 294 en 296 – bont Alex Druijf
zie Hoogstraat 250

Hoogstraat 299 – Snelfoto Rembrandt
Op Hoogstraat 299 zat rond 1935 snelfoto “Rembrandt” van J. Cohen.

Hoogstraat 299 – Dameshoeden Boeki
Jacob Boeki verkocht op Hoogstraat 299 dameshoeden, eerder was hij koopman in horloges.
Jacob werd geboren in Rotterdam op 5 oktober 1897 als zoon van Hartog Boeki en Saartje Frenk en trouwde op 1 april 1924 met Sophia Gans uit Anderlecht (13 juni 1904).
Jacob en Sophia hadden een zoon, Henry, geboren in Rotterdam op 3 februari 1925. Vader en moeder Boeki, toen woonachtig op de Kruiskade 16a, vertrokken op 6 september 1926 naar Venezuela. Op 3 september 1936 komen ze terug naar Rotterdam, ze komen dan uit Peru. In de tussentijd woont Henry in Noordwijk aan Zee in huize Sonnevanck, destijds een herstellingsoord voor kinderen en jonge meisjes.
Henry ging bij zijn ouders wonen zodra zij terugkeerden in Nederland. Zij hebben gedurende deze periode in Rotterdam-Overschie gewoond op de Boezemlaan 66, destijds een aparte gemeente, en zijn op 30 juli 1936 verhuisd naar Brussel, Avenue Wielemond Ceupens 194.
Zoon Henry Boeki heeft de oorlog overleefd en is als Harry Boeki op 23 september 2010 in Wilrijk (Antwerpen) overleden. Hij heeft meer dan 30 jaar gewerkt als diamanthandelaar.

Hoogstraat 310-320 – Wisbrun & Liffmann
Wisbrun & Liffmann was een modezaak van twee ondernemers van Duitse origine en werd in 1886 opgericht.
Het was een luxe zaak, klanten werden er met koffie of thee ontvangen. Daarnaast was het een grote zaak, op de Hoogstraat zaten ze van 310 – 320 en op de Grote Markt op de nummer 29 – 37. In 1924 waren er 15 zaken in Nederland. Het bedrijf verkocht met name damesconfectie, dameshoeden, wollen- en zijden stoffen, lingerie, bonnetterie, garneringen etc.

Wisbrun was Joods, moest in de oorlog de ster dragen maar werd niet gedeporteerd daar hij met een niet-Joodse vrouw was getrouwd. De zaak krijgt echter wel een Duitse Verwalter in deze periode. Ook Liffmann was Joods, waarschijnlijk was de grondlegger van dit bedrijf Jordan Liffman (Camen, 27 juni 1859) die met Bertha Wisbrun (Brackwede, 16 mei 1862 – Rotterdam, 9 maart 1920) gehuwd was. Jordan en Bertha hadden een zoon Ernst (Rotterdam, 5 augustus 1890) die rond de oorlog firmant van het bedrijf was. Na het bombardement vond de firma Wisbrun & Liffmann een noodgebouw aan de Jongkindstraat, waar ze in oktober 1940 introkken. Na de oorlog werd de zaak voortgezet aan de Korte Hoogstraat onder de naam Stoffenzaak Wisbrun N.V.

Hoogstraat 322-326 – H. Huisman
Op nummer 322-326 zat de zaak van H. Huisman in 1939. Het was een zaak in herenkleding. In 1942, de zaak was weggebombardeerd in 1940, was de zaak gevestigd op de 1e Middellandstraat 100. Deze zaak was van Henri Huisman, die hem in 1885 stichtte. De zaak adverteerde in het Nieuw Israëlietisch Weekblad. Meer over deze zaak staat hier.

Hoogstraat 325 – Thalia
Op nummer 325 was bioscoop Thalia gevestigd. Deze bioscoop was van Abraham Icek Tuschinski, die vanuit Polen kwam en in Rotterdam bleef hangen en hier begon met het opbouwen van zijn imperium. Via de link een artikel over hem.
Deze bioscoop was de tweede Thalia, de eerste was in een voormalige kerk gebouwd.
In 1916 werd deze bioscoop officieel geopend en er was gebruik gemaakt van de beste architecten, aannemers, glasbranders, ontwerpers van lichtornamenten, tapijtknopers en dergelijke en zij bouwden de eerste bioscooptempel van Tuschinski. Thalia had het eerste balkon zonder pilaren, zoals nu nog steeds te zien is in het Tuschinski Theater in Amsterdam.
Tuschinski bemoeide zich met alle facetten van de bouw. Alles controleerde hij; hij vond dat iedereen zich als een vorst in zijn theater moest voelen en haalde het verschil tussen arm en rijk weg door iedereen over de handgeknoopte tapijten te laten lopen. ‘Laten oog en oor, maar ook de zool van uw voet gestreeld worden door het goede, dat de aarde en mensenhanden voortbrengen’, schreef bioscoopmagnaat Abraham Tuschinski in 1916 ter gelegenheid van de opening van zijn van luxe tapijten voorziene Thalia Bioscoop te Rotterdam. Thalia zouden we een voorloper van het Tuschinski theater in Amsterdam kunnen noemen.
Het bombardement in 1940 vernielde Thalia volledig.

Hoogstraat 325a – Hersch Jozef Gerschtanowitz
Naast de Thaliabioscoop, op 325a, woonde Hersch (Herman) Jozef Gerschtanowitz in het begin van de dertiger jaren. Hij werd op 17 februari 1912 ingeschreven in Rotterdam en woonde toen op de Nadorststraat 27.
Hersch werd in Lodz, Polen, geboren op 28 november 1887. Hij was getrouwd met Chaia Ehrlich. Chaia was geboren in Zdunska Wola, Polen, op 3 mei 1888. Chaia was de zus van Mariem Ester Ehrlich, de vrouw van Abraham Tuschinki en daarmee waren Abraham en Herman elkaars zwager. Chaia en Hersch hadden twee kinderen, Max (Rotterdam, 23 april 1912) en Sera (Rotterdam, 16 september 1918). Hersch, Chaia en Sera overleefden de oorlog niet, ze werden vermoord in Auschwitz op 5 oktober 1942.

Hoogstraat 336 – Juwelier Bob Blom
Tot aan het bombardement was hier de juwelierszaak van Emanuel (Bob) Blom gevestigd.

Hoogstraat 337 – De Jongh, grossiers in manufacturen
Op dit adres zat de De Jongh gevestigd, grossier in manufacturen.

Hoogstraat 342 – H. A. Reens, optiek en fotografie
Deze zaak stond bij de hoek van de Hoogstraat en liep door naar de Steiger 8. In 1920 werd de zaak ingrijpend verbouwd en deze goed geslaagde verbouwing werd in 1925 geroemd door ir A Siebers. Voor 1920 zat de zaak op Hoogstraat 320. De zaak ging verloren bij het bombardement. In oktober 1940 waren er noodwinkels op de Coolsingel voor het hoofdpostkantoor, een van deze gebouwtjes werd door H A Reens, optiek, gebruikt.

Hoogstraat 343 – Tabakshandel Weinthal

Op dit nummer was een filiaal van Tabakshandel Weinthal gevestigd.

Hoogstraat 351-353 – Stoffenhandel Monnickendam

Vrijwel naast Magazijn Nederland zat de stoffenhandel Monnickendam op 351-353. Dit was van Jacob Monnickendam (Amsterdam, – Apeldoorn, en Jansje Park (Amsterdam, – Amsterdam, .

Hoogstraat 357-359 – Magazijn Nederland
Magazijn Nederland verkocht heren- en kinderkleding. Er waren door het hele land meer filialen en deze zaak was zeer populair. Op de Hoogstraat waren ze op 357-359 gevestigd. Meer informatie via de link.

Hoogstraat 367 – damesmodemagazijn Hartogs
Op nummer 367 was het damesmodemagazijn van Maurits Hartogs gevestigd. Zijn zoon zou later Enka oprichten.

strausshoogstraatstrausshoogstraatzakjeHoogstraat 375 – Fotografie Strauss
Op nummer 375 was Fotografie Strauss gevestigd. Deze fotozaak werd geleid door het echtpaar Nathan Strauss (24 april 1863) en Amalie Oppenheimer (2 maart 1871) die in de jaren 30 uit het Duitse Konigsteele vertrokken waren vanwege het groeiende antisemitisme. Een uitgebreide beschrijving staat hier.

Hoogstraat 379 – De Stad Parijs
Op dit adres was tot het bombardement het modemagazijn “De Stad Parijs” gevestigd.

Hoogstraat 386 – Magazijn De Modegids.
Tot aan het bombardement was hier Magazijn De Modegids van Salomon van Son gevestigd.

Hoogstraat 388a – lederwaren P. Th. Breslauer
Op dit adres zat Paul Theodor Breslauer (Katowitz, 16 september 1861 – Rotterdam, 26 augustus 1929) met zijn zaak in lederwaren en bijouterieën in 1925. Op 15 februari 1932 werd gepubliceerd dat zijn weduwe, Maria Petronella Ponsen (Rotterdam, 29 juli 1888 – ?), failliet was verklaard. Paul en Maria waren in Londen op 23 juli 1913 getrouwd en Paul werd op 6 juli 1921 tot Nederlander genaturaliseerd.

 

bron:
stadsarchief rotterdam gezinskaarten en adresboeken,
stadsarchief rotterdam, adresboek 1925
scheptediepte,
Nieuw Israëlietisch Weekblad, 16 sep 1898,
aanvullingen familie Boeki met dank aan Jan Lemmens, Rotterdam (april 2014)
zoeken.nai.nl, lemma winkel huisman (geraadpleegd 11 mei 2015)
Maasbode, 27 oktober 1940, noodgebouwtjes voor hoofdpostkantoor.
Het Vrije Volk, 15 jan 1958, H Wisbrun viert jubileum
Maasbode, 23 oktober 1940, noodgebouw Wisbrun en Liffmann
Rotterdamsch Nieuwsblad, 5 jan 1923, Wat Wisbrun en Liffmann gaan bouwen
stadsarchief rotterdam gezinskaarten en adresboeken,
scheptediepte,
www.nrc.nl/hoogstraat, verhaal Mozes Stad (geraadpleegd 10 mei 2015)
www.joodsmonument.nl, lemma Mozes Stad (geraadpleegd 10 mei 2015)
www.nrc.nl/hoogstraat, verhaal logement 187a (geraadpleegd 10 mei 2015)
www.joodsmonument.nl, lemma Izak Cohen de Heer (geraadpleegd 10 mei 2015)
www.nrc.nl/hoogstraat, verhaal Alfred Andre Overstrijd (geraadpleegd 10 mei 2015)
www.nrc.nl/hoogstraat, aanvulling Bulterman & Cohen
www.joodsmonument.nl, lemma Alfred Andre Overstrijd (geraadpleegd 10 mei 2015)
stadsarchief Rotterdam, gezinskaart Isaac Samuel Cohen
Rotterdamsch Nieuwsblad, 19 aug 1930, advertentie Cohen Hoogstraat 115
Nieuw Israëlietisch Weekblad, 16 sep 1898, advertentie De Groote Slok i.v.m. Rosj Hasjana
Voorwaarts: sociaal democratisch dagblad, 4 juni 1930, advertentie Manheim
www.joodsmonument.nl, lemma Joseph Manheim
Nieuw Israëlietisch Weekblad, 24 juli 1925, kosjer pension Van Straten
Hoogstraat 39 – 89; www.nrc.nl/hoogstraat (geraadpleegd 14 mei 2015)
met dank aan S J Vorst, email 17 november 2016.
nummer 39 – 89  Stadsarchief Rotterdam; Miriam Keesing heeft voor het NIOD onderzoek gedaan naar tehuizen voor Joodse vluchtelingetjes: http://www.dokin.nl/refugee-homes-in-nl/tag/Rotterdam/
https://www.nrc.nl/nieuws/2016/05/17/hoogstraat-front-special-a1503401 (geraadpleegd 28 juli 2017)
“Advertentie gedicht”. “Voorwaarts : sociaal-democratisch dagblad“. Rotterdam, 31-10-1930. Geraadpleegd op Delpher op 29-07-2017, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010212923:mpeg21:a0125
www.poolsespoorzoekers.nl, lemma Hoogstraat, Rotterdam (Sprecher)
https://www.nrc.nl/nieuws/2016/05/17/hoogstraat-front-special-a1503401
partners overstrijd: https://rotterdam.voorouder.nl, lemma Alfred Andre Overstrijd (geraadpleegd 30 juli 2017)
James Israël: stadsarchief Rotterdam, gezinskaart
Stadsarchief Rotterdam, gezinskaart Chaim Lewie Schulster
Stadsarchief Rotterdam, gezinskaart Delmonte
Sophie Aandagt: bron: https://www.nrc.nl/nieuws/2016/05/17/hoogstraat-front-special-a1503401
Bas Blokker, 
Archief Rode Kruis: het drama van Nathan op https://www.nrc.nl/nieuws/2018/02/17/archief-rode-kruis-het-drama-van-nathan-a1592576 (geraadpleegd 17 februari 2018)
Stadsarchief Rotterdam, archiefkaart Speelman NL-RtGAR_494-03_851-448_0482325R.jpg
“Advertentie Speelman”. “De Maasbode”. Rotterdam, 20-05-1903. Geraadpleegd op Delpher op 30-08-2019, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB04:000190221:mpeg21:a0035
www.joodsmonument.nl, lemmata Monnickendam (geraadpleegd 30 augustus 2019)

Afbeelding:
fotozakje Strauss, met dank aan A van den Berg, 5 juli 2015
“Advertentie gedicht”. “Voorwaarts : sociaal-democratisch dagblad“. Rotterdam, 31-10-1930. Geraadpleegd op Delpher op 29-07-2017, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010212923:mpeg21:a0125
Archief Rode Kruis, Archiefkaart Nathan Aandagt
“Advertentie De Twee Zwanen”. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 25-07-1919. Geraadpleegd op Delpher op 07-01-2019, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010859741:mpeg21:a0009
“Advertentie Speelman”. “De Maasbode”. Rotterdam, 20-05-1903. Geraadpleegd op Delpher op 30-08-2019, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB04:000190221:mpeg21:a0035
afbeelding meubel Speelman met dank aan S. Pruijssen Kool
“Een doorkijk op den St. Laurenstoren te Rotterdam, gezien van de Hoogstraat.”. “De Maasbode”. Rotterdam, 18-06-1939. Geraadpleegd op Delpher op 30-08-2019, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB04:000193586:mpeg21:a0040

laatste aanpassing:
30 augustus 2019