Tolhuisstraat 50c (huidige 160-172) – Ouderen op transport

Philip Machiel Stad
(Delfshaven, 23 juli 1875 – Auschwitz, 15 oktober 1942) – 67 jaar

Saartje Stad -Israël
(Groningen, 9 november 1876 – Auschwitz, 15 oktober 1942) – 65 jaar


Korte samenvatting
Het verhaal van Philip Machiel en Saartje Stad reikt verder dan de grootouders. Het reikt ook verder dan Katendrecht. Het verhaal raakt hun kinderen en twee gezinnen in de Middellandbuurt in Rotterdam. Het gaat over ouders die gescheiden worden van hun jonge kinderen. Het beschrijft het op transport zetten van hun kinderen, de kleinkinderen van Philip. En hoe slechts één kleinkind, Philip Machiel, Kamp Westerbork overleeft. Over de last op zijn schouders, het gemis van familie en het schuldgevoel om als enige de oorlog te hebben overleefd.

Het is 23 juli 1935 als Philip Machiel Stad zijn 60e verjaardag viert in de Tolhuisstraat 50c. Het is vijf jaar voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De feestelijke gebeurtenis van zijn verjaardag wordt aangekondigd door een advertentie in het Nieuw Israëlitisch Weekblad van 19 juli 1935. Onder de tekst: “Dat God hem nog jaren voor ons sparen”, vieren zijn vrouw Saartje, zijn zoon Heijman met zijn vrouw Rebekka, zijn dochter Esther van Dam-Stad en haar man Philip Louis van Dam en Meijer Pijpeman, een neef op die dag zijn verjaardag. Meijer Pijpeman is de zoon van Judith, de zus van Philip Machiel en haar man Abraham Pijpeman. Volgens de gezinskaart verhuist hij op 27 april 1928 mee vanuit Schiedam naar Katendrecht. Hij woont blijkbaar in bij zijn oom en tante.

De reden waarom de keuze op Katendrecht valt, kunnen we niet duiden. Philip Machiel begint als pakhuisknecht, maar groeit in 1928 door tot fabriekschef. Hij is dan veertig jaar. Ze wonen in de levendige Tolhuisstraat boven de fabriek van Fijne Vleeswaren COFRA v/h v. Hoorn, een zouterij en rokerij.

Katendrecht
Door de ontwikkeling van de Rijn- en Maashaven ontstaat er een havengebied waarbij Katendrecht gereduceerd wordt tot een smal schiereiland. In de woonwijk vestigen zich eerst havenarbeiders uit Brabant en Zeeland. Ook wordt Katendrecht bezocht door passagierende zeelui van de zeeschepen in de Rijn- en Maashaven, die er vertier zoeken. Na de Eerste Wereldoorlog monsterden steeds meer Chinezen in Rotterdam af. Als ze besluiten te blijven, krijgt Katendrecht de eerste China Town in Nederland. In 1922 zijn er al 16 boardinghouses in de Delistraat en omgeving. Vaak hoort daar een logement, een winkel en ook een gok- en opiumgelegenheid bij. In de Tolhuisstraat zat Chee Kung Tong, logementhouder op 2a en Ching Ling Kee, een sigarenboer op 6a. In dit Katendrecht vinden Philip en Saartje hun nieuwe onderkomen.

Het gezin van grootvader Philip Machiel Stad
Philip Machiel Stad wordt op 23 juli 1875 geboren in Delfshaven als de zoon van Heijman Stad (1839) en Esther van Gelderen (1842). Hij trouwt op 13 juni 1900 met Betje Strauss (12 september 1877), die ook in Delfshaven woont. Ze krijgen drie kinderen, een zoon; Heijman, een dochter Rebekka die slechts drie maanden leeft, en een dochter Esther. Het gezin woont op verschillende opeenvolgende adressen; Coolschestraat 88, Gaffelstraat 77b en 48a en de Sint Mariastraat 23b.

Helaas overlijdt Betje op 15 januari 1915 op achtendertigjarige leeftijd. Zoon Heijman is 14 jaar en Esther nog maar tien jaar. Philip Machiel hertrouwt op 1 december 1915 met de Groningse Saartje Israël. Saartje neemt de taak van huisvrouw en rol als moeder op zich.

Het gezin van zoon Heijman Stad
Zoon Heijman trouwt als hij 21 jaar is met de Joodse Daisy Greenman uit Londen. Heijman verlaat het ouderlijk huis in Schiedam en gaat met Daisy inwonen op het Boschpolderplein 21a. Het is 1922. Heijman is kopersorteerder, koopman in ongeregelde goederen en wordt later chef bij het Joodse metaalbedrijf S. A. Vles & Zonen op de Schiedamsesingel 98. Door de promotie van vader kent het gezin geen armoede.

Daisy Stad – Greenman, privébezit
Philip Machiel Stad, privébezit

De geboorte van een zoon Philip Michiel en het overlijden van Daisy
Op 17 juli 1923 wordt er een zoon geboren. Philip Michiel, zijn naam verschilt maar met één letter van die van zijn grootvader Philip Machiel. Hun huwelijksgeluk is van korte duur. Daisy overlijdt in september 1923, enkele weken na de geboorte van Philip.

Heijman zorgt een periode alleen voor zijn zoon, wellicht met hulp van andere familieleden, totdat hij vier jaar later op 15 juni 1927 hertrouwt met Rebekka van der Sluis. Zoon Philip Michiel beschrijft  haar later als een heel lieve vrouw, die net zo goed zijn eigen moeder had kunnen zijn. Toch mist Philip Michiel zijn eigen moeder ook al heeft hij haar nooit gekend.

Heijman en Rebekka krijgen samen nog twee dochters Betje (3 maart 1929) en Margaretha (22 december 1934). Het worden de halfzusjes van Philip Michiel, hij gaat veel van hen houden. Ze verhuizen regelmatig, de huur wordt per week betaald. Dat men in die tijd regelmatig verhuisde had vele redenen. Er is zicht op een lagere huur, of op een groter huis. Of als het huis door de huisbaas wordt verwaarloosd, wordt er naar een nieuwe woning gezocht. De handkar wordt weer volgeladen met alle bezittingen om op weg te gaan naar een nieuw onderkomen.

Het gezin van dochter Esther Stad
De dochter van Philip Michiel en Betje, Esther, trouwt op 10 februari 1929 met Philip Louis van Dam, geboren in Arnhem. Ze wonen een tijdje in Duitsland, want hun dochter Betje, ook vernoemd naar grootmoeder, wordt op 29 januari 1930 in Berlijn geboren. Op 7 mei 1931 komen ze vanuit Chemnitz weer terug naar Nederland. In 1938 woont Esther met haar man en dochter Betje op de Kruiskade 18b, dicht bij de ingang van de oude dierentuin die op 1e Pinksterdag 12 mei 1940, twee dagen voor het grote bombardement, zwaar getroffen zal worden. Een dag na de Duitse invasie wordt het roofdierenverblijf geraakt door een aantal brisantbommen, die vanuit vliegtuigen gericht worden afgevuurd. Als door een wonder overleven de leeuwen en tijgers het maar door de daarop volgende brand verandert de dierentuin in een troosteloos oord, waarbij het een geluk is dat een groot deel van de dieren al verhuisd was naar Diergaarde Blijdorp dat juist in die tijd gebouwd werd. Esther en Philip wonen met hun dochter op de Kruiskade, in de buurt van de brand. Ze komen met de schrik vrij maar hun huis wordt onbewoonbaar. Het gezin trekt tijdelijk in bij Heijman en Rebekka op de 1e Middellandstraat.

Bar Mitswa

Een Joodse jongen wordt Bar Mitswa, (‘zoon van het gebod’) op zijn 13e verjaardag. Hij geldt vanaf dan als religieus meerderjarig en als volwaardig lid van de Joodse gemeente; hij telt dus mee als het gaat om een minjan (quorum van 10 mannen dat nodig is voor de synagogedienst). Dit voorrecht brengt ook verplichtingen mee, zoals het houden van de 613 ge- en verboden van de Tora en het aanleggen van de tefilien en het gebruik van de talliet bij verschillende gebeden.

Bij de viering van bar mitswa wordt een jongen voor de eerste keer opgeroepen om een gedeelte uit de Tora te ‘laaienen’ (in het Hebreeuws op de goede toon lezen/zingen).

Kleinzoon Philip Michiel groeit op
De zoon van Heijman, Philip Michiel, is veel te vinden bij zijn grootouders op Katendrecht. Hij neemt daarvoor het heen- en weerbootje van de Veerhaven naar Katendrecht. Of zijn grootvader Philip komt hem ophalen. Dat gebeurt zeer regelmatig. Hij voelt er zich meer thuis dan bij zijn vader en zijn tweede moeder. Niet dat zijn vader niet goed voor hem is maar op de een of andere manier is de relatie verstoord. Het overlijden van moeder Daisy heeft invloed op de relatie. Onuitgesproken gevoelens van schuld werken door op hun verhouding. Het is voor allebei zwaar. Bij Heijman heeft de gebeurtenis ook invloed op zijn geloofsbeleving. Grootvader voelt zich verantwoordelijk en neemt de taak op zich om zijn kleinzoon volgens Joodse gebruiken op te voeden. Hij gaat naar de Joodse school en als hij 13 jaar is, doet hij zijn Bar Mitswa. Philip Michiel heeft een leuke jeugd, alhoewel hij geen gemakkelijke jongen is, zo zal hij later zeggen. Na de lagere school doet hij toelating voor de HBS maar daar komt  niets van terecht. Dan breekt de oorlog uit.

Het bombardement
De vijftienjarige Philip gaat, min of meer illegaal, want je moet zestien jaar zijn om een bakfiets te besturen, naar de groentemarkt op het Noordplein om aardbeien te halen voor zijn vader. Het is donderdag 14 mei 1940, nog fris voor de tijd van het jaar en er staat een straffe wind. Als hij op de terugweg in de buurt van de West Kruiskade is, gaat het luchtalarm af en vallen er bommen. Hij zet zijn bakfiets aan de kant en zoekt bescherming onder een vrachtwagen.

Van Sperre naar sluiting van de winkel
Aan het begin van de oorlog blijft de winkel van Heijman nog opent, maar in de zomer van 1941 begint de beslaglegging op veel Joodse winkels. Heijman ziet zich gedwongen om een Sperre, aan te vragen. Onder andere na de oproep van de Sicherheitspolizei die, via het Joodsche Weekblad van 15 juli 1942 bekend maakt, dat als Joden geen gevolg geven aan de oproep tot het verrichten van arbeid in Duitse werkkampen, ze ter verantwoording zullen worden geroepen.

Op de kaarten van de Joodse Raad van Heijman en Rebekka staat de notitie LOKZ, die de Sperre bevestigt met de datum 29 juli 1942. LOKZ betekent Joodsch lokaal/zaak.

Heijman mag zijn winkel nog een tijdje openhouden maar alleen nog maar producten aan Joden verkopen. Totdat er op een zaterdagavond tegen zessen op de deur van de winkel wordt geklopt. Zoon Philip herinnert zich dat moment nog goed. Hij is nog bezig met wat klusjes. Twee Hollanders van de Sicherheitsdienst stappen resoluut de winkel binnen met de mededeling dat de zaak is overgenomen. “De zaak is nu van de heer Kloosterman”, wordt er gezegd. Philip heeft die naam nooit meer vergeten. Heijman geeft zijn zoon een seintje dat hij naar boven moet gaan en probeert de omzet van die dag nog mee te nemen van onder de toonbank.

“Laat dat maar zitten”, wordt er met nadruk gezegd. Want volgens de SD is Heijman geen eigenaar meer van zijn eigen geld. Hij krijgt de opdracht zo snel mogelijk andere huisvesting te zoeken, de sleutels in te leveren en zijn opvolger in te werken. Het nieuwe huis wordt gevonden in de Hondiusstraat 28b waar ook zijn zus Esther inmiddels woont op 76a. Er worden wat schaarse spullen in de bakfiets geladen. Het nieuwe huis is kaal en voelt kil aan. Gelukkig vindt Heijman ander werk bij een ijzerhandel in metalen. Ook voor dit werk is een Sperre mogelijk. Tot het opnieuw mis gaat.

12 oktober 1942 | Philip en Saartje Stad worden opgepakt
Als eersten van de familie worden Philip en Saartje op Katendrecht opgehaald bij de tweede ophaalactie van 8 oktober 1942 en naar Loods 24 gebracht vanwaar ze een dag later naar Westerbork worden vervoerd. Op 12 oktober 1942 gaan Philip en Saartje op transport naar Auschwitz. Ze worden op 15 oktober 1942 vergast. Philip wordt 67 en Saartje 65 jaar.

12 december 1942 | de arrestatie van twee gezinnen in Middelland
Op een zaterdagavond zijn Esther, haar man en dochtertje Betje op bezoek bij Heijman en zijn gezin. Er wordt een verlaat Sinterklaasfeest gevierd. De avond lijkt gewoon te verlopen. Er zijn kleine cadeaus voor de kinderen en Rebekka bakt vis voor op het brood. Ineens horen ze gestommel op het dak. Via het dak van de buren komen mannen van Groep X het huis binnen. Groep X was berucht en stond bekend als ‘Jodenjagers’. De Sicherheitspolizei is op de hoogte dat de families die avond bij elkaar zullen zijn. Ze worden verraden. Ook de familie Bosboom van de tweede etage, waar Heijman de zaak van heeft overgenomen, wordt meegenomen. In de overvalwagen die klaar staat worden de families naar het Politiebureau Haagseveer gebracht. De drie meisjes worden gescheiden van hun ouders en naar het Joodse Weeshuis gebracht op de Mathenesserlaan. Voorbestemd om wees te worden of erger.

Vrouwen en mannen worden gescheiden. Zoon Philip belandt met zijn vader en oom in de kelder van het Bureau Haagseveer, tussen dronken mensen. Twaalf dagen later, in de herinnering van zoon Philip lijken het weken, worden zijn vader en oom opgehaald en blijft Philip alleen achter. Hij heeft geen idee over hoe het iedereen vergaat. Nu weten we dat ze naar Kamp Westerbork werden overgebracht.
Op de vervolgkaarten zien we de weerslag van de discussie of de Sperre van Heijman nog wel geldig is. Die discussie loopt zelfs door nadat Heijman en Rebekka al op transport zijn gesteld. Volgens haar kaart van de Joodse Raad arriveert zij op 24 december 1942 in Westerbork, dus gelijktijdig met haar man. Een maand later, 23 januari 1943, gaan ze samen op transport naar Auschwitz en worden op 26 januari 1943 vergast. Heijman werd 41 en Rebekka 35 jaar.

Esther en Philip worden op 23 december 1942 overgebracht naar Westerbork. Esther en haar man worden beiden op 14 januari 1943 vergast in Auschwitz. Esther werd 38 jaar en haar man Philip Louis 44 jaar.

26 februari 1943 | Israëlietisch weeshuis
De twee dochters van Heijman en Rebekka, Betje en Margaretha, wonen sinds 12 december 1942 in het Israelietisch Weeshuis op de Mathenesserlaan 208. Ze hebben amper de tijd om aan hun nieuwe te’huis’ te wennen. Ook dochter Betje van Esther en Philip Louis van Dam wordt hier naar toe gebracht, blijkt uit de kaart van de Joodsche Raad.

26 februari 1943 wordt een dramatische dag. Er volgt een razzia. Niet alleen wordt het hele weeshuis leeggehaald, ook het Joodse ziekenhuis op de Schietbaanlaan en het Ouden van Dagen huis op de Claes de Vrieslaan. Tweehonderd bewoners, patiënten en 61 personeelsleden worden met legertrucks weggevoerd. Ze worden op 5 maart 1943 in Sobibor vergast. Betje en Margaretha Stad werden slechts veertien en negen jaar. Betje van Dam werd dertien jaar. De razzia van 26 februari 1943 is een zorgvuldig geplande actie van de nazi’s.

Heijman Stad is hier te zien op de appelplaats van kamp Westerbork, de vierde rij, de meest linkse man. Copyright Yad Vashem, Photo Archive, Jerusalem, with kind permission to Cora de Roon, December 2, 2021

Kamp Vught, kamp Westerbork, door het oog van de naald
Philip zit voor zijn gevoel lang op het Haagseveer. Er zijn gelegenheden geweest dat hij kon weglopen, maar dat heeft hij niet gedaan. Want waar moest hij heen?

Als er op een dag een bus van de RTM komt voorrijden, wordt hij naar Kamp Vught gebracht. De barakleider is de bekende bokser Ben Bril. Ben werd geboren op Valkenburgerstraat 108 in Amsterdam en groeide op in het hart van het armere gedeelte van de Joodse buurt, waar zijn vader handelde in vis. Ben was een echte straatvechter.

Van Ben krijgt hij af en toe een corrigerende draai om de oren als hij weer eens te eigenwijs is. Philip kent geen honger want hij krijgt door deze of gene wat toegestopt. Hij werkt er ook aan het bouwrijp maken van grond in de omgeving maar het grootste deel van de tijd brengt hij door in verveling. Hij gaat vroeg naar bed, want als je slaapt, ben je even weg van de werkelijkheid. Hij maakt er nare dingen mee die hij later zal verdringen.

Wat hij ook ziet, zijn de transporten naar Auschwitz en Sobibor. Dat zijn onder andere zwarthandelaren en mensen uit het verzet. De gevangen Joden in Vught zijn herkenbaar aan hun kaalgeschoren hoofd. Philip heeft nog steeds een mooie bos met haar. Een kaalgeschoren hoofd is voor de jonge Philip daarom ook een schrikbeeld.
Op een dag gaat hij samen met nog drie andere jongens bij de groep staan die naar Westerbork gaat. Lopend naar het station ziet hij inwoners van Vught aan de kant van de weg staan. Ze houden zich afzijdig. Bang om iets te doen.

Philip Michiel Stad, tijdens de bevrijding van kamp Westerbork op 12 april 1945, privébezit

Philip komt in barak 51 terecht, de gevangenis, waar hij alleen in een cel verblijft. Hij krijgt een streepjespak aan dat veel te groot is en moet gaan werken in het Ketelhuis. Hij schept kolen in ijzeren wagens om de verwarming op gang te houden. Puur geluk is het dat hij in barak 21 terecht komt en verder kan werken als stoker. Hij is handig, slim en sterk en niet bang voor de Duitsers en de OD – (de Ordnungsdienst). Maar hij wordt ook gesperrt, want hij is inmiddels onmisbaar als stoker. Met droefenis ziet hij de transporten naar Auschwitz en Sobibor plaatsvinden. Als de groep gevangenen in het kamp slinkt, neemt zijn angst toe om op een dag neergeschoten te worden. Het spookbeeld speelt zich alleen af in zijn hoofd. Hij ziet een veld voor zich waarop de laatste kampbewoners zich moeten verzamelen en vervolgens zonder pardon worden neergeschoten. Het spookbeeld verdwijnt als Kamp Westerbork door de Canadezen wordt bevrijd.

privébezit

Een hoopvolle toekomst, maar een belast verleden
Het is eind juni, begin juli 1945 als Philip Michiel vanuit Westerbork terugkeert naar Rotterdam. Blij om bevrijd te zijn, zoals de foto laat zien, maar ook ontgoocheld. Het besef door het oog van de naald te zijn gegaan, neemt in de loop der tijd alleen maar toe. Zijn vader en tweede moeder zijn vermoord, zijn halfzusjes zijn weggevoerd uit het weeshuis en vermoord en zijn opa en oma die op Katendrecht woonden, en waar hij zo graag kwam, zal hij nooit meer kunnen bezoeken.

Een jongeman van 22 jaar. Met lege handen zonder familie maar met een duidelijk doel. Het voortzetten van de groenten- en delicatessenwinkel van zijn vader Heijman en het stichten van een gezin. Binnen korte tijd krijgt hij de beschikking over het pand van zijn vader aan de 1e Middellandstraat 21b.

Op 1 augustus 1945 trouwt hij met de Joodse Lena Zegerius uit Amsterdam. Philip en Lena hebben elkaar ontmoet in Westerbork. Het gezin waar Lena uit komt, zat verspreid ondergedoken. Helaas werd Lena tijdens haar onderduik in Dalfsen verraden. Het is dan al oktober 1944. Haar ziekte in het kamp werd haar redding. Ze kwam in de ziekenbarak terecht en tegen de tijd dat ze deze kon verlaten, was het laatste transport naar Auschwitz al vertrokken. Ze mocht werken bij de administratie en bracht post rond bij de barakken. Zo loopt ze Philip tegen het lijf. Ze vinden troost bij elkaar. Het gevoel alleen op de wereld te zijn, wordt minder als ze samen zijn.

Op 12 april 1945 wordt Westerbork bevrijd door de Canadezen. Een kleine 1000 overgebleven ‘kampbewoners’ maken de bevrijding mee waaronder Philip en Lena. Zodra ze getrouwd zijn, gaan ze boven de zaak wonen en wordt in oktober hun eerste dochter Daisy geboren, een bevrijdingskind. Ze wordt vernoemd naar haar Engelse grootmoeder, de moeder die Philip nooit gekend heeft. Ze betrekken het ouderlijk huis van Philip, het huis dat vader Heijman ooit moest verlaten.
Na de oorlog verliest Lena in korte tijd haar ouders en broers. De last van de familieleden die hen ontnomen en ontvallen zijn, het gemis en het schuldgevoel om als enige de oorlog te hebben overleefd, dragen Philip en Lena hun hele leven met zich mee. Of zoals hun dochter het verwoordt:

‘Net als voor zo vele joodse overlevenden in de jaren na de oorlog hebben zij het leven met een jong gezin moeten opbouwen en dat was moeilijk en heeft hun leven tot hun dood op hoge leeftijd getekend’.

foto privébezit

De vrouw op deze foto is onbekend. Wat we wel weten is dat Philip Michiel deze foto zijn leven lang bij zich droeg. Het zou Betje Strauss, zijn grootmoeder kunnen zijn die hij nooit gekend heeft, of Saartje Israël, zijn stief-grootmoeder waar hij veel kwam óf zijn onbekende “Engelse grootmoeder”, Clara Morris. Het gemis van familie, ondanks dat hij die nooit gekend heeft, is gek genoeg altijd aanwezig gebleven. Een hang naar liefde en verbinding, het onbekende missen. Lena Stad-Zegerius overlijdt op 4 juli 2016. Philip Michiel Stad op 10 december 2017.

 

 

 

 

 

bron:
Cofra, Advertentie. “De Maasbode”. Rotterdam, 25-12-1937. Geraadpleegd op Delpher op 02-12-2021, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB04:000192671:mpeg21:p011
Stad, Advertentie. “Het vrije volk : democratisch-socialistisch dagblad”. Rotterdam, 06-10-1949, p. 6. Geraadpleegd op Delpher op 02-12-2021, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010950215:mpeg21:p006
– Telefoongesprek kleindochter d.d. 27 januari 2021 en het latere emailverkeer
– Transcriptie van interview met kleinzoon Philip Michiel en zijn vrouw Lena Stad-Zegerius, door Guido Abuys, Herinneringscentrum Westerbork  d.d. 15 juni 2015
– Stichting Historisch Katendrecht
– Stadsarchief Rotterdam
– https://www.joodserfgoedrotterdam.nl/s-vles-zonen/
– https://www.oorlogslevens.nl/tijdlijn/Esther-Stad/43/NL-RtSA_63_3496_00160r
– https://www.oorlogslevens.nl/tijdlijn/Betje-Dam-van/34/5616_02-03-1943
– http://www.stolpersteinedordrecht.nl/het_voorbije_joodse_dordrecht_familie_vander_sluijs.html
– Arolsen-archives
– https://www.rijnmond.nl/nieuws/129149/Mei-1940-kogels-brand-en-bommen-in-de-dierentuin
https://www.pudv.nl/westerbork/

illustratie:
Cofra, Advertentie. “De Maasbode”. Rotterdam, 25-12-1937. Geraadpleegd op Delpher op 02-12-2021, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB04:000192671:mpeg21:p011
Stad, Advertentie. “Het vrije volk : democratisch-socialistisch dagblad”. Rotterdam, 06-10-1949, p. 6. Geraadpleegd op Delpher op 02-12-2021, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010950215:mpeg21:p006
Beelden uit privébezit

Colofon:
Project:          Stichting Kaapse Kringen, Marianne Ketting

Tekst:             Stadsatelier Corneel, Cora de Roon
Research:       Han de Bruijne, Cora de Roon
Eindredactie: Rob Snijders, historicus (www.joodserfgoedrotterdam.nl)

disclaimer
Wij hebben onze uiterste best gedaan van het materiaal op de website de makers en rechthebbenden te achterhalen. Ook hebben wij ons uiterste best gedaan om de ons aangeleverde informatie op de website zo verantwoord mogelijk te presenteren. Al hoewel wij daarbij zeer zorgvuldig te werk zijn gegaan kan het toch zijn dat een bezoeker, auteur, gebruiker of rechthebbende meent dat publicatie in strijd is met zijn of haar rechten, zoals portretrecht(en) en of auteursrechten. Indien een dergelijk situatie het geval lijkt verzoeken we onmiddellijk contact op te nemen met de projectleiders.

gepubliceerd:
2 december 2021

laatst bijgewerkt:
6 december 2021