ridderkerk

synagogeridderkerk
synagoge

Van 1863 tot 1931 is er een zelfstandige kille (gemeente) geweest in Ridderkerk. Dit nadat de Joodse gemeenschap in 1862 een verzoek indiende bij de Koning. Verder is er op de zolder van Benedenrijweg 9 (foto onder) een synagoge geweest, eigenlijk onder de rook van de zwaar hervormde Singelkerk.
Deze sjoel is gebruikt van 1835 tot 1924. In 1924 waren er te weinig leden en te weinig financiën over om de diensten te kunnen houden.
De voormalige synagoge bestaat uit 2 lagen en een zadeldak, dat een geheel vormt met aangrenzende panden. Het heeft vensters met zesruitsschuiframen. In het uit het begin van de 19e eeuw daterende pand bevindt zich op de verdieping een synagoge, verdeeld in een vrouwen- en mannendeel, die door een balusterhek met deur zijn verbonden. Over het mais een houten koepelgewelf geplaatst. De sjoel was gevestigd in een woning en de woonbestemming is na 1924 weer hervat. Het aantal Joden in Ridderkerk heeft de gehele 19e eeuw rond de 60 gelegen, in 1930 zakte dit aantal tot 10.
Voor Ridderkerk een zelfstandige gemeente was ressorteerde men onder Dordrecht, in 1931 werd de gemeente weer samengevoegd met die van Dordt.

Oostendam

Oostendam, haven
Oostendam, haven

Oostendam is een dorp dat bij de gemeente Ridderkerk hoort, maar tegen Hendrik Ido Ambacht aangeplakt zit. Het is een kleine buurtgemeenschap met meerdere winkels en café’s en een eens bloeiende haven.
Hier vestigde zich in 1925 Abraham den Hartog, geboren in 1867. Hij begint er een slagerij waar hij op Joods-traditionele wijze de dieren slacht.
Abraham was getrouwd met Leentje en ze hadden 7 kinderen, voor de huwelijkssluiing Anna, erna Elisabeth, Stijntje, Rozetta, Sara, Betrina (Tiene) en Simon. Anna werd verpleegster en stierf jong.
Het gezin stond bekend als gezellig en alle kinderen uit de buurt kwamen er over de vloer, “Het was net de zoete inval, je was er altijd hartelijk welkom”, herinnert een van de kinderen zich.
In de jaren dertig woonden er in de gemeente Ridderkerk nog ongeveer tien Joodse families. Toen de oorlog uitbrak had Simon inmiddels de zaak van zijn vader overgenomen, en het gezin was zich al in het begin van de oorlog bewust van de dreiging. Wanneer de oproep in augustus 1942 komt lukt het het gezin om tot december 1942 uitstel te krijgen. Begin 1943 komen Abraham en drie van zijn dochters in Westerbork terecht en worden gedeporteerd naar de verschillende vernietigingskampen.

Verraad in Bolnes
rozendaalstijntjeOp 17 juli 1942 gaat Stijntje Rozendaal-Lusse (Rotterdam, 3 aug 1880) naar slager Van den Oever op Ringdijk 742 in Bolnes. Ze kent Van den Oever goed, ze weet dat hij te vertrouwen is want Stijntje verkoopt zonder ster band en garen aan huis. Daarvoor is ze wel vaker in Ridderkerk te vinden. In de winkel staat de slager met Arie den Breejen te praten, een lokaal bekende NSB’er. Arie herkent Stijntje en dat ze haar ster niet draagt en Stijntje mag de winkel niet in. De NSB’er verlaat de winkel, men vermoedt om de politie te waarschuwen. De slager raadt Stijntje aan om te vluchten naar IJsselmonde, en niet in de richting van Ridderkerk aangezien daar waarschijnlijk de gealameerde politie vandaan zal komen. Helaas loopt Stijntje de politie – hoofdagent Huibert van Leeuwen – op de Ringdijk tegen het lijf, wordt gearresteerd en gaat mee naar het bureau voor verhoor. Onder politiebegeleding gaat ze met de bus naar Rotterdam. Om 16 uur ziet de slager haar voorbijkomen, en zonder dat de bewaking het merkt geeft Stijntje de slager nog een groet.
In Rotterdam ging Stijntje naar het politiebureau aan het Haagsche Veer, daarna ging ze naar Westerbork. Aangezien ze communiste was ging ze van Westerbork naar de strafgevangenis in Scheveningen. Vanuit Scheveningen ging ze naar concentratiekamp Ravensbrück waar ze werd vermoord. Na de oorlog werden Den Breejen en Van Leeuwen veroordeeld voor hun rol bij de arrestatie van Stijntje.

Stijntje Lusse werd op 3 augustus 1880 in Rotterdam geboren. Ze trouwde met Salomon Rozendaal (Montfoort, 15 november 1876 – Rotterdam, 21 januari 1934). Ze kregen drie zoons, Jacob (Rotterdam, 15 nov 1902 – Rotterdam, 3 feb 1903), Jozef Jacob (Rotterdam, 13 dec 1903 – Kamp Amersfoort, 31 dec 1942) en Henri (Rotterdam, 4 sep 1905 – Rotterdam, 5 mei 1929). Salomon was koopman in lompen. Zowel Stijntje als haar zoon Jozef Jacob waren betrokken bij de CPN.

 

bron:
diverse, waaronder de digigids van Ridderkerk,
AD 16 maart 2002,
communityjoodsmonument.nl,
R de Kreek,
de combinatie,
stadsarchief Rotterdam, gezinskaart Salomon Rozendaal,
www.geni.com, lemma Salomon Rozendaal (geraadpleegd 27 maart 2016)
aanvulling Anna den Hartog, met dank aan Els de Winter

Laatst bijgewerkt:
29 augustus 2016.